.
Ooit een complete mens ontmoet? Helaas, ze bestaan niet. Het streven ernaar is een illusie. Zou het een ‘hij’ of een ‘zij’ moeten zijn? Hoeveel kwaliteiten en interesses zou ‘het’ in zich moeten verenigen? Hoeveel behoeften en verlangens, en in welke mate? Hoeveel wilskracht? Met welke talenten? Hoeveel gevoel en verstand, en in welke verhouding? Elk mens is een nadruk, een eenzijdigheid, een particulariteit, - een aspect, zo je wilt. Slechts het geheel waar een enkele mens deel van uitmaakt, zou in aanmerking kunnen komen voor compleetheid, als zoiets niet louter een abstractie zou zijn, zonder vaste omlijning, - net als de mens. De mens in het algemeen bestaat nergens.
Menselijke conditie. De wereld is een oneindige caleidoscoop aan/van menselijke mogelijkheden, die tot gestalte komen, of worden geproduceerd, in respons op wat zich reeds voordoet, soms in een dans, soms als een steen in stromend water, - een dynamische constellatie van zich individualiserende facetten.
Welk aspect, welke menselijke mogelijkheid wil ik belichamen?
Subject worden? ‘Normale mensen’ bestaan slechts vanuit het perspectief van normen, nodig om het sociale verkeer te reguleren, zoals auto’s zich behoren te gedragen volgens verkeersregels. Maar heeft men weet van mensen voor zover zij geen bestuurder zijn?
Voorbij individualisme. Wie particulier wil zijn, moet andersoortige deelgenoten liefhebben – op z’n minst in een haat/liefde-verhouding - , om bij te dragen aan een geheel.
Heeft het zin om differentie te denken en verschillen te (willen) respecteren zonder een geheel te veronderstellen, en daarmee verwantschap met andersdenkenden, hoe vergaand ook? Bestaat er werkelijk een verschillend-zijn dat slechts vreemdeling is? (Het vergt een dieper speuren, en een bewustzijnsverruiming, op zoek naar het herkenbare.)
Van Gogh-museum: mijn tempel, mijn oplaadpunt voor een vermoeide ziel, mijn inspiratiethuis, mijn ruimte om weer op adem te komen, mijn heiligdom, mijn stilteplek in tijden van onrust en verandering, mijn paleis voor inkeer, mijn vulkaan in doods landschap, mijn binnenkamer om te ontsnappen aan onechtheid, mijn krachtcentrale, mijn oceaan in benauwdheid, mijn lentebloesem na de winter, - wat zou ik missen wanneer ik je niet regelmatig kon bezoeken!
Foto’s. Het is zelden dat de techniciteit van het fotografische proces niet instaat tussen kijker en beeld, - ook bij de toeschouwer.
Niemand had ooit de waarheid in pacht, al meenden sommigen van wel. Ondertussen durven weinigen nog te spreken in naam van ‘de’ waarheid. Echter, is dat een reden om elke opvatting maar voor lief te nemen? Mij lijkt dat, wanneer er niet meer zoiets als ‘de’ waarheid bestaat, het juist nodig wordt om telkens weer het gesprek aan te gaan, in een permanent debat. Zonder dat gesprek is er nog steeds sprake van ‘de’ waarheid, en wel door de eigen opvatting onaantastbaar te maken voor vragen of kritische kanttekeningen.
Is er een rechtvaardiging voor het vele schrijven dat ik doe? Ik ervaar het als onontbeerlijke hulp voor mijn innerlijke leraar. Om een queeste gaande te houden, tegen de zwaartekracht van het dagelijks leven in.
Het is niet uitgesloten dat ontwaakt leven geen enkel verschil maakt in de dagelijkse gang van zaken. Een verschil in beleving, in houding, - meer niet. Is het dan wel een ideaal?
.
Denken in wording. (Twee andere weblogs. ‘Filosofie, levenskunst en seculiere spiritualiteit’: http://driesboele.blogspot.com En één voor cultureel-maatschappelijke onderwerpen: ‘Cultuur in beweging’, kijk op: http://dboele.blogspot.com .) Reacties zijn welkom!
Tuesday, March 27, 2012
Monday, March 19, 2012
Week 12
.
Morele en spirituele anorexia. Een van mijn motieven voor onderzoek is de dictatuur van valse idealen. In lifestyle magazines, in romans en films, in levenskunstverhalen, in ethische theorieën, in religieuze discoursen: overal tref je suggesties aan over geluk, over een geslaagd leven, over levensdoelen, - verhalen die veel beloven, maar waarvan het de vraag is of iemand ze ooit heeft waargemaakt. Je kunt zeggen dat het om pedagogische of didactische redenen was dat men zo’n onhaalbaar of onwerkelijk ideaal poneerde. Het kan om retorische dan wel commerciële redenen zijn dan men de boel heeft vereenzijdigd, overdreven, of anderszins vertekend. Blijft staan dat mensen die deze verhalen serieus nemen worden geïnfecteerd raken met irrealistische ideaalbeelden. Het is bekend hoe beelden uit de wereld van mode en entertainment invloed kunnen hebben op het zelfbeeld van tieners en houvast zoekende volwassenen, soms met desastreuze gevolgen (denk aan anorexia en andere eetstoornissen). Morele en spirituele ideaalbeelden kunnen evenzeer irrealistisch zijn, met navenante gevolgen. Zeker in een tijd waarin alles zich op de markt wil of moet bewijzen om aandacht te krijgen en te verkopen, is de kans op irrealistische voorstellingen van zaken groot. We kunnen dit als een onvermijdelijk bijverschijnsel van onze cultuur willen relativeren, maar is dat verstandig? Bestaat er niet ook een kans op morele of spirituele anorexia? En wat zijn daarvan de gevolgen? Van een periode waarin onze oriëntatie op deze gebieden beperkt was, en bepaald werd door een cultureel-religieuze hiërarchie, zijn we terecht gekomen in een tijd die keuzevrijheid weliswaar hoog in het vaandel heeft, maar waarin tevens die vrijheid sterk wordt uitgebuit door de retorica van de markt. Ik voel me daar niet wel bij. Zoals reclame ertoe leidt dat ik aanprijzingen van producten niet langer serieus neem, zo bestaat ook de kans dat ik cynisch word over alles wat zich aanprijst in de morele en spirituele supermarkt. Dat wil ik me niet laten gebeuren, en wel omdat het om mijn leven gaat en dat van mijn geliefden, en breder zelfs, onze cultuur. Met een groot woord zou je het ook ‘corruptie’ kunnen noemen. In ieder geval wil ik me bij deze tendens tot vertekening en vereenzijdiging niet neerleggen. Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan het vermogen om in deze materie te onderscheiden. Het kaf van het koren. Het onechte van het echte. Het effectbejag van het authentieke. Met valse schijn en de hang naar het onmogelijke heb ik niets (we hebben er teveel van in de wereld), - en zeker niet wanneer het leidt tot zelfbegoocheling.
De vraag is niet: hoe geraak ik ontwaakt of hoe zorg ik voor een opgeruimd gemoed? Maar: hoe optimaliseer ik mijn menszijn, mijn vrijheid, mijn menswaardigheid? En breder nog, en basaler: hoe ga ik mijn weg als mens, zonder fixatie op uiteindelijkheden. Dit verlicht enorm de queeste!
Over levenskunst heb ik wel iets uit te zoeken, en wel wat ik daar zelf onder versta. Zo vol als mijn huis is, zo vol is mijn hoofd met opvattingen van anderen. Maar wat vind ik ondertussen zelf? Ik dreig een geleerde te worden, door een teveel aan kennis waar ik zelf buiten sta. Een grote onthouding is nodig, en zelfonderzoek, om fris bij mijn eigen (opvatting van) levenskunst te komen.
Is een gemeenschap van gelijkgezinden nodig om je thuis te voelen in de wereld? Kun je zonder, wil je meer dan oppervlakkig leven?
.
Morele en spirituele anorexia. Een van mijn motieven voor onderzoek is de dictatuur van valse idealen. In lifestyle magazines, in romans en films, in levenskunstverhalen, in ethische theorieën, in religieuze discoursen: overal tref je suggesties aan over geluk, over een geslaagd leven, over levensdoelen, - verhalen die veel beloven, maar waarvan het de vraag is of iemand ze ooit heeft waargemaakt. Je kunt zeggen dat het om pedagogische of didactische redenen was dat men zo’n onhaalbaar of onwerkelijk ideaal poneerde. Het kan om retorische dan wel commerciële redenen zijn dan men de boel heeft vereenzijdigd, overdreven, of anderszins vertekend. Blijft staan dat mensen die deze verhalen serieus nemen worden geïnfecteerd raken met irrealistische ideaalbeelden. Het is bekend hoe beelden uit de wereld van mode en entertainment invloed kunnen hebben op het zelfbeeld van tieners en houvast zoekende volwassenen, soms met desastreuze gevolgen (denk aan anorexia en andere eetstoornissen). Morele en spirituele ideaalbeelden kunnen evenzeer irrealistisch zijn, met navenante gevolgen. Zeker in een tijd waarin alles zich op de markt wil of moet bewijzen om aandacht te krijgen en te verkopen, is de kans op irrealistische voorstellingen van zaken groot. We kunnen dit als een onvermijdelijk bijverschijnsel van onze cultuur willen relativeren, maar is dat verstandig? Bestaat er niet ook een kans op morele of spirituele anorexia? En wat zijn daarvan de gevolgen? Van een periode waarin onze oriëntatie op deze gebieden beperkt was, en bepaald werd door een cultureel-religieuze hiërarchie, zijn we terecht gekomen in een tijd die keuzevrijheid weliswaar hoog in het vaandel heeft, maar waarin tevens die vrijheid sterk wordt uitgebuit door de retorica van de markt. Ik voel me daar niet wel bij. Zoals reclame ertoe leidt dat ik aanprijzingen van producten niet langer serieus neem, zo bestaat ook de kans dat ik cynisch word over alles wat zich aanprijst in de morele en spirituele supermarkt. Dat wil ik me niet laten gebeuren, en wel omdat het om mijn leven gaat en dat van mijn geliefden, en breder zelfs, onze cultuur. Met een groot woord zou je het ook ‘corruptie’ kunnen noemen. In ieder geval wil ik me bij deze tendens tot vertekening en vereenzijdiging niet neerleggen. Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan het vermogen om in deze materie te onderscheiden. Het kaf van het koren. Het onechte van het echte. Het effectbejag van het authentieke. Met valse schijn en de hang naar het onmogelijke heb ik niets (we hebben er teveel van in de wereld), - en zeker niet wanneer het leidt tot zelfbegoocheling.
De vraag is niet: hoe geraak ik ontwaakt of hoe zorg ik voor een opgeruimd gemoed? Maar: hoe optimaliseer ik mijn menszijn, mijn vrijheid, mijn menswaardigheid? En breder nog, en basaler: hoe ga ik mijn weg als mens, zonder fixatie op uiteindelijkheden. Dit verlicht enorm de queeste!
Over levenskunst heb ik wel iets uit te zoeken, en wel wat ik daar zelf onder versta. Zo vol als mijn huis is, zo vol is mijn hoofd met opvattingen van anderen. Maar wat vind ik ondertussen zelf? Ik dreig een geleerde te worden, door een teveel aan kennis waar ik zelf buiten sta. Een grote onthouding is nodig, en zelfonderzoek, om fris bij mijn eigen (opvatting van) levenskunst te komen.
Is een gemeenschap van gelijkgezinden nodig om je thuis te voelen in de wereld? Kun je zonder, wil je meer dan oppervlakkig leven?
.
Monday, March 12, 2012
Week 11
.
Het alledaagse leven gaat gewoon zijn gang, of ik nu aandachtig leef of niet; of ik mij instel op diepe acceptatie van het leven of niet; of ik van mijn leven een kunst probeer te maken of niet. Wakker zijn of in verwarring de dag doorbrengen, het leven trekt zich er niets van aan, laat staan de kosmos.
Levenslust heeft een andere kant: de vrees dat alles voorbij gaat. Bewustzijn versterkt dit besef, maakt het allesdoordringend. Altijd ligt deze existentiële angst op de loer, ook wanneer ik geniet. In combinatie met verbeelding is hij bovendien buitengewoon productief, tal van spellen creërend ter bezwering.
Niets blijft, alles verandert. ‘Wezen’, ‘substantie’, ‘ziel’, ‘zelf’, ‘god’, ‘eerste oorzaak’, ‘vorm’, ‘idee’, ‘doel’, ‘systeem’, ‘eenheid’, en andere metafysische begrippen: het zijn geen toevallige termen. Ze lijken allemaal ooit te zijn bedacht om onvergankelijkheid denkbaar te maken, en te houden, in een wereld van veranderlijkheid. Wat als blijkt dat al deze concepten niets dan denkbeeldig zijn, zonder enige aantoonbare grond in de werkelijkheid? Wat als zij slechts producten blijken van een menselijke behoefte, als toevlucht voor het besef van basale onzekerheid, ter bezwering van de angst voor allesdoordringende vergankelijkheid? En wat dan te doen met dit existentiële onbehagen?
Kosmologische vragen en argumentaties in de filosofie (zoals: ‘Is het heelal oneindig?’, en ‘Hoe is het heelal ontstaan?’) zijn niet onschuldig. Ze willen iets anders bewijzen dan waar naar gevraagd wordt. Wat? Opvallend is dat voornamelijk theïstische denkers een punt maken van dergelijke vragen. Vroeg of laat komt dan ook het bestaan van God om de hoek kijken. En begrijpelijk: wie heeft er buiten theïstische kringen iets te zoeken in deze uiterste regionen?
Slaven zonder meester. Slavernij afgeschaft? Wat te denken van al de mensen die worden ingesnoerd door een rigide arbeidsdeling, veroordeeld tot het uitvoeren van een beperkt aantal handelingen? Wat te denken van diegenen die in hun werk niet veel meer zijn dan een (al dan niet flexibel) onderdeel van een volstrekt gemechaniseerd systeem, computers en protocollen inbegrepen? Wat te denken van al die mensen die omwille van een carrière gedwongen worden tot een uiterst eenzijdig interessegebied? Het verschil met andere, meer ‘traditionele’, nog steeds voorkomende vormen van slavernij: zij is zelfgekozen, - of althans, dat wil men hen doen geloven. Probleem is: wie is die ‘men’? En is bij deze contemporaine slavernij aanwijsbaar wie de ‘meesters’ zijn?
Voorbij teleologie. Welke gedachten, welke idealen en utopieën, welke hoop op vooruitgang en geborgenheid vallen niet allemaal weg, wanneer je doelmatigheid uit de kosmos wegsnijdt, en daarmee ook uit alles wat leeft? Wat als elke samenhangende eenheid, met bijbehorende doelen, een menselijke creatie blijkt, of een schone wens, en geen natuurlijk gegeven? Wat als ons doen en laten niet (langer) ingepast kan worden in een noodzakelijke morele orde? Is er dan wel iets van lijn te bespeuren in de geschiedenis? Hebben termen als ‘volmaaktheid’ en ‘ideaal’ dan überhaupt nog wel zin? Zin? En wat te denken van hoop?
De menselijke conditie. Het zou kunnen dat onze vragen, behoeften en verlangens niet veel verschillen van die van mensen uit andere tijden en culturen. Oude Grieken, Chinezen en wij: zijn we niet allen mensen? Verschillend zijn evenwel de condities waarin die vragen etc zich stellen en met welke middelen zij geadresseerd worden (inclusief taal, kennis, materiële omstandigheden etc). Dit verschil is precies de reden waarom ook filosofie zich telkens weer dient te vernieuwen en er geen formules bestaan voor eeuwige waarheden.
.
Het alledaagse leven gaat gewoon zijn gang, of ik nu aandachtig leef of niet; of ik mij instel op diepe acceptatie van het leven of niet; of ik van mijn leven een kunst probeer te maken of niet. Wakker zijn of in verwarring de dag doorbrengen, het leven trekt zich er niets van aan, laat staan de kosmos.
Levenslust heeft een andere kant: de vrees dat alles voorbij gaat. Bewustzijn versterkt dit besef, maakt het allesdoordringend. Altijd ligt deze existentiële angst op de loer, ook wanneer ik geniet. In combinatie met verbeelding is hij bovendien buitengewoon productief, tal van spellen creërend ter bezwering.
Niets blijft, alles verandert. ‘Wezen’, ‘substantie’, ‘ziel’, ‘zelf’, ‘god’, ‘eerste oorzaak’, ‘vorm’, ‘idee’, ‘doel’, ‘systeem’, ‘eenheid’, en andere metafysische begrippen: het zijn geen toevallige termen. Ze lijken allemaal ooit te zijn bedacht om onvergankelijkheid denkbaar te maken, en te houden, in een wereld van veranderlijkheid. Wat als blijkt dat al deze concepten niets dan denkbeeldig zijn, zonder enige aantoonbare grond in de werkelijkheid? Wat als zij slechts producten blijken van een menselijke behoefte, als toevlucht voor het besef van basale onzekerheid, ter bezwering van de angst voor allesdoordringende vergankelijkheid? En wat dan te doen met dit existentiële onbehagen?
Kosmologische vragen en argumentaties in de filosofie (zoals: ‘Is het heelal oneindig?’, en ‘Hoe is het heelal ontstaan?’) zijn niet onschuldig. Ze willen iets anders bewijzen dan waar naar gevraagd wordt. Wat? Opvallend is dat voornamelijk theïstische denkers een punt maken van dergelijke vragen. Vroeg of laat komt dan ook het bestaan van God om de hoek kijken. En begrijpelijk: wie heeft er buiten theïstische kringen iets te zoeken in deze uiterste regionen?
Slaven zonder meester. Slavernij afgeschaft? Wat te denken van al de mensen die worden ingesnoerd door een rigide arbeidsdeling, veroordeeld tot het uitvoeren van een beperkt aantal handelingen? Wat te denken van diegenen die in hun werk niet veel meer zijn dan een (al dan niet flexibel) onderdeel van een volstrekt gemechaniseerd systeem, computers en protocollen inbegrepen? Wat te denken van al die mensen die omwille van een carrière gedwongen worden tot een uiterst eenzijdig interessegebied? Het verschil met andere, meer ‘traditionele’, nog steeds voorkomende vormen van slavernij: zij is zelfgekozen, - of althans, dat wil men hen doen geloven. Probleem is: wie is die ‘men’? En is bij deze contemporaine slavernij aanwijsbaar wie de ‘meesters’ zijn?
Voorbij teleologie. Welke gedachten, welke idealen en utopieën, welke hoop op vooruitgang en geborgenheid vallen niet allemaal weg, wanneer je doelmatigheid uit de kosmos wegsnijdt, en daarmee ook uit alles wat leeft? Wat als elke samenhangende eenheid, met bijbehorende doelen, een menselijke creatie blijkt, of een schone wens, en geen natuurlijk gegeven? Wat als ons doen en laten niet (langer) ingepast kan worden in een noodzakelijke morele orde? Is er dan wel iets van lijn te bespeuren in de geschiedenis? Hebben termen als ‘volmaaktheid’ en ‘ideaal’ dan überhaupt nog wel zin? Zin? En wat te denken van hoop?
De menselijke conditie. Het zou kunnen dat onze vragen, behoeften en verlangens niet veel verschillen van die van mensen uit andere tijden en culturen. Oude Grieken, Chinezen en wij: zijn we niet allen mensen? Verschillend zijn evenwel de condities waarin die vragen etc zich stellen en met welke middelen zij geadresseerd worden (inclusief taal, kennis, materiële omstandigheden etc). Dit verschil is precies de reden waarom ook filosofie zich telkens weer dient te vernieuwen en er geen formules bestaan voor eeuwige waarheden.
.
Monday, March 5, 2012
Week 10
.
Zelfverzuring. Frustratie, onderhuidse woede, ressentiment, en in het uiterste geval regelrechte haat: het circuleert allemaal in verbazingwekkend grote hoeveelheden. Van alle dagen klagen tot catastrofe-theorettes, - in oplopende creativiteit. Reactieve en zelfdestructieve creativiteit. In naam keert men zich tegen anderen, uiteraard, maar wie heeft er het meeste last van? Heb nooit begrepen hoe mensen het aan zichzelf kunnen toestaan om in zelfverzuring het eigen leven (en dat van anderen) te vergallen. Wil eruit komen! Als er iets de moeite van het bevechten waard is, dan is het deze agressiviteit jegens zichzelf. Niet door ‘positief denken’ of andere struisvogelstrategieën, maar door werkelijk te willen begrijpen wat er gaande is, en eventueel actie te ondernemen, - of de boel te laten rusten.
Verlangen naar verveling, naar creatieve leegte, - en: de minst schrikwekkende gelegenheid om existentiële angst en zijn spellen onder ogen te komen.
Wat is er mis met hetgeen wordt aangeduid als het ‘zelf’, ‘ego’, en soortgelijke termen? Of gaat het vooral om het zichzelf identificeren met dergelijke termen?
Ook al lijken discussies soms het tegendeel te willen bewijzen, ik geloof niet dat het enige zin heeft om te proberen andersdenkenden te overtuigen van hun ongelijk, zeker wanneer het een volstrekt andere levensopvatting betreft (bijvoorbeeld een religie). Ik ken niemand die existentieel aan het twijfelen is geraakt door louter argumenten. Overtuigingen zijn basaal geen redelijke zaak. Zij vertolken een levensgevoel, - iets dat meer is en machtiger dan denken en dat ons ‘vooroordeel’ conditioneert. Behalve dat overtuigingsdrift zelden het gewenste effect heeft, creëert het bovendien veel onnodige negativiteit, met in het kielzog verkramping en een loopgravenoorlog. Wie heeft er wat aan? Het enige wat telt (en misschien ook het enige dat overtuigend is voor wie op zoek is naar een alternatief): oprecht en waarachtig blijk geven van de eigen leef- en denkwijze, méér niet, - en dus zonder de ander iets te willen opdringen, met respect voor diens vrijheid. Er is evenmin reden, overigens, om een verschil in opvatting achter te houden of te maskeren. Ik kan zelfs menen te weten waarom een andere levensovertuiging een misvatting is (hoe zou ik een dergelijke mening niet kunnen hebben wanneer ik mijn eigen zit in het leven serieus neem!), maar dat betekent nog niet dat ik er iets aan ga doen om de ander van opvatting te laten veranderen, - tenzij er een gemeenschappelijk onderzoek is overeengekomen, met de bereidheid om een (eind)oordeel op te schorten. Maar zulke situaties zijn zeldzaam. De enige reden om daadwerkelijk te interveniëren is wellicht wanneer de vrijheid van meningsuiting zelf op het spel staat.
Het kernprobleem van spiritualiteit is niet lijden, het kwaad of begeerte, maar bewustzijn, - dat wat ons doet verschillen van dieren én hetgeen waardoor er überhaupt sprake kan zijn van spiritualiteit.
Er is langzaam opklaren en er is plotseling wakker worden. Het eerste lijkt aan het tweede vooraf te gaan.
De rerum natura. In hoeverre heeft hedendaagse filosofie de fysica nog nodig om een punt te maken? Wat zou de ‘natuur der dingen’ moeten bewijzen of ondersteunen? Is iets filosofisch wel relevant wanneer het fysica nodig heeft om aannemelijk te worden?
.
Zelfverzuring. Frustratie, onderhuidse woede, ressentiment, en in het uiterste geval regelrechte haat: het circuleert allemaal in verbazingwekkend grote hoeveelheden. Van alle dagen klagen tot catastrofe-theorettes, - in oplopende creativiteit. Reactieve en zelfdestructieve creativiteit. In naam keert men zich tegen anderen, uiteraard, maar wie heeft er het meeste last van? Heb nooit begrepen hoe mensen het aan zichzelf kunnen toestaan om in zelfverzuring het eigen leven (en dat van anderen) te vergallen. Wil eruit komen! Als er iets de moeite van het bevechten waard is, dan is het deze agressiviteit jegens zichzelf. Niet door ‘positief denken’ of andere struisvogelstrategieën, maar door werkelijk te willen begrijpen wat er gaande is, en eventueel actie te ondernemen, - of de boel te laten rusten.
Verlangen naar verveling, naar creatieve leegte, - en: de minst schrikwekkende gelegenheid om existentiële angst en zijn spellen onder ogen te komen.
Wat is er mis met hetgeen wordt aangeduid als het ‘zelf’, ‘ego’, en soortgelijke termen? Of gaat het vooral om het zichzelf identificeren met dergelijke termen?
Ook al lijken discussies soms het tegendeel te willen bewijzen, ik geloof niet dat het enige zin heeft om te proberen andersdenkenden te overtuigen van hun ongelijk, zeker wanneer het een volstrekt andere levensopvatting betreft (bijvoorbeeld een religie). Ik ken niemand die existentieel aan het twijfelen is geraakt door louter argumenten. Overtuigingen zijn basaal geen redelijke zaak. Zij vertolken een levensgevoel, - iets dat meer is en machtiger dan denken en dat ons ‘vooroordeel’ conditioneert. Behalve dat overtuigingsdrift zelden het gewenste effect heeft, creëert het bovendien veel onnodige negativiteit, met in het kielzog verkramping en een loopgravenoorlog. Wie heeft er wat aan? Het enige wat telt (en misschien ook het enige dat overtuigend is voor wie op zoek is naar een alternatief): oprecht en waarachtig blijk geven van de eigen leef- en denkwijze, méér niet, - en dus zonder de ander iets te willen opdringen, met respect voor diens vrijheid. Er is evenmin reden, overigens, om een verschil in opvatting achter te houden of te maskeren. Ik kan zelfs menen te weten waarom een andere levensovertuiging een misvatting is (hoe zou ik een dergelijke mening niet kunnen hebben wanneer ik mijn eigen zit in het leven serieus neem!), maar dat betekent nog niet dat ik er iets aan ga doen om de ander van opvatting te laten veranderen, - tenzij er een gemeenschappelijk onderzoek is overeengekomen, met de bereidheid om een (eind)oordeel op te schorten. Maar zulke situaties zijn zeldzaam. De enige reden om daadwerkelijk te interveniëren is wellicht wanneer de vrijheid van meningsuiting zelf op het spel staat.
Het kernprobleem van spiritualiteit is niet lijden, het kwaad of begeerte, maar bewustzijn, - dat wat ons doet verschillen van dieren én hetgeen waardoor er überhaupt sprake kan zijn van spiritualiteit.
Er is langzaam opklaren en er is plotseling wakker worden. Het eerste lijkt aan het tweede vooraf te gaan.
De rerum natura. In hoeverre heeft hedendaagse filosofie de fysica nog nodig om een punt te maken? Wat zou de ‘natuur der dingen’ moeten bewijzen of ondersteunen? Is iets filosofisch wel relevant wanneer het fysica nodig heeft om aannemelijk te worden?
.
Monday, February 27, 2012
Week 9, 2012
.
Hoe kunnen mensen, d.w.z. denkende wezens die in staat zijn tot redelijkheid, geen tegenstrijdigheid ervaren, wanneer ze menen dé waarheid te hebben gevonden, terwijl anderen hetzelfde zeggen, maar met een geheel andere waarheid, en dat in meervoud? Hoe kan men genoegen nemen met de eigen, particuliere zekerheid? Hoe kan men niet op zoek gaan naar het hoe en waarom van die tegenstrijdigheid? Hoe kan men niet gedreven worden tot het zoeken van een waarheid die de tegenstrijdigheid inzichtelijk maakt, overstijgt en omvat? Is deze behoefte dan niet eigen aan redelijkheid überhaupt en dus een vraag voor denkende wezens?
Niets blijft. Welke spellen speelt existentiële angst met mij, vanuit het unheimische besef dat niets zeker is en alles verandert? Welke illusies roep ik in het leven ten einde de onzekerheid te bezweren? Om te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven zal ik een ongrijpbare angst onder ogen moeten zien.
Ontwaken in de realiteit: leven vanuit het midden van de alledaagsheid.
Worden wie je bent: ontplooiing en integratie. Samengebald in grote woorden: de eigen talenten en gevoeligheden ontplooien, opvoeden, cultiveren, en vóór alles aanvaarden (ze mogen er allemaal zijn), om ze gaandeweg te integreren: op elkaar afstemmen en harmoniëren binnen dezelfde persoon, verenigd in een gezond spanningsveld, waarin de onderdelen elkaar versterken (in plaats van tegen te werken), in een proces van individuering, - onverdeeld in zichzelf en met een toenemende vruchtbaarheid. Met andere woorden: vrij worden!
(Als ‘worden wie je bent’ leidmotief is voor levenskunst, hoe zou zij dan iets anders kunnen zijn dan persoonlijke casuïstiek, met voorbeeldstelling als beweging richting algemeenheid?)
Wat is een ethos dat mij optimaal in staat stelt tot aanpassing aan de huidige omstandigheden? Welk mens- en wereldbeeld is daarmee geïmpliceerd? Welke waarden komen dan van pas? En wat zijn oefeningen om mij dit ethos eigen te maken?
Persoonlijke homeostase. Vernieuwing en aanpassing: beide zijn nodig, wil ik mij openstellen voor alsmaar veranderende omstandigheden en inzichten.
Permanente vernieuwing zou me tot waanzin drijven. Of zij blijft puur aan de oppervlakte, als een eeuwig snuffelen, zonder dat een verandering überhaupt tot een ervaring wordt.
Om op adem te komen en om het een en ander te integreren in mijn leven is het nodig om mijn gewoontehuishouding bij tijd en wijle te herzien, - gewoontes zowel in denken als in handelen. Een kwestie van aandacht, discipline en er de tijd voor nemen.
Contemporaine turbulenties. Existentiële migratie vergt een extreem diepgaand en langdurig volgehouden proces van onvanzelfsprekendheid en creativiteit, wil men niet onverrichter zaken terugkeren naar het oude honk. Als ergens vernieuwing en aanpassing aan de orde zijn, dan is het in deze, niet in kaart te brengen migratiebeweging, - tamelijk onvoorspelbaar maar (of: daarom) zorgend voor culturele dynamiek. Existentiële migratie blijft zelden beperkt tot de persoon in kwestie.
Onze cultuur is bijzonder gespitst op vernieuwing. Alles en iedereen wordt meegetrokken in een proces van verandering, het liefst permanent. Vraag is of die beweging kan worden volgehouden. Is er ook voldoende aandacht voor aanpassing: voor transformatie van gewoontepatronen en het instellen van nieuwe rituelen, om de vernieuwing vast te houden en werkzaam te maken?
Mijn woning is een knekelhuis van overleden aspiraties en losse eindjes, en een stapelplaats van het onbekende, het nog-niet dat alsmaar wijkt. Om mijn leven te veranderen hoef ik het niet ver te zoeken, - zeker wanneer je wonen opvat als een vorm van innerlijkheid.
Verlangen naar iemand met een ziel,
naar waarachtigheid en waanzinnige wijsheid.
Om niet te verschrompelen in een wereld van stress en afrekencultuur.
Om niet dood te gaan in een wereld van onophoudelijke markt en efficiency.
Om de comfortzone en het positieve denken te overleven.
Om te leven als een mensch!
.
Hoe kunnen mensen, d.w.z. denkende wezens die in staat zijn tot redelijkheid, geen tegenstrijdigheid ervaren, wanneer ze menen dé waarheid te hebben gevonden, terwijl anderen hetzelfde zeggen, maar met een geheel andere waarheid, en dat in meervoud? Hoe kan men genoegen nemen met de eigen, particuliere zekerheid? Hoe kan men niet op zoek gaan naar het hoe en waarom van die tegenstrijdigheid? Hoe kan men niet gedreven worden tot het zoeken van een waarheid die de tegenstrijdigheid inzichtelijk maakt, overstijgt en omvat? Is deze behoefte dan niet eigen aan redelijkheid überhaupt en dus een vraag voor denkende wezens?
Niets blijft. Welke spellen speelt existentiële angst met mij, vanuit het unheimische besef dat niets zeker is en alles verandert? Welke illusies roep ik in het leven ten einde de onzekerheid te bezweren? Om te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven zal ik een ongrijpbare angst onder ogen moeten zien.
Ontwaken in de realiteit: leven vanuit het midden van de alledaagsheid.
Worden wie je bent: ontplooiing en integratie. Samengebald in grote woorden: de eigen talenten en gevoeligheden ontplooien, opvoeden, cultiveren, en vóór alles aanvaarden (ze mogen er allemaal zijn), om ze gaandeweg te integreren: op elkaar afstemmen en harmoniëren binnen dezelfde persoon, verenigd in een gezond spanningsveld, waarin de onderdelen elkaar versterken (in plaats van tegen te werken), in een proces van individuering, - onverdeeld in zichzelf en met een toenemende vruchtbaarheid. Met andere woorden: vrij worden!
(Als ‘worden wie je bent’ leidmotief is voor levenskunst, hoe zou zij dan iets anders kunnen zijn dan persoonlijke casuïstiek, met voorbeeldstelling als beweging richting algemeenheid?)
Wat is een ethos dat mij optimaal in staat stelt tot aanpassing aan de huidige omstandigheden? Welk mens- en wereldbeeld is daarmee geïmpliceerd? Welke waarden komen dan van pas? En wat zijn oefeningen om mij dit ethos eigen te maken?
Persoonlijke homeostase. Vernieuwing en aanpassing: beide zijn nodig, wil ik mij openstellen voor alsmaar veranderende omstandigheden en inzichten.
Permanente vernieuwing zou me tot waanzin drijven. Of zij blijft puur aan de oppervlakte, als een eeuwig snuffelen, zonder dat een verandering überhaupt tot een ervaring wordt.
Om op adem te komen en om het een en ander te integreren in mijn leven is het nodig om mijn gewoontehuishouding bij tijd en wijle te herzien, - gewoontes zowel in denken als in handelen. Een kwestie van aandacht, discipline en er de tijd voor nemen.
Contemporaine turbulenties. Existentiële migratie vergt een extreem diepgaand en langdurig volgehouden proces van onvanzelfsprekendheid en creativiteit, wil men niet onverrichter zaken terugkeren naar het oude honk. Als ergens vernieuwing en aanpassing aan de orde zijn, dan is het in deze, niet in kaart te brengen migratiebeweging, - tamelijk onvoorspelbaar maar (of: daarom) zorgend voor culturele dynamiek. Existentiële migratie blijft zelden beperkt tot de persoon in kwestie.
Onze cultuur is bijzonder gespitst op vernieuwing. Alles en iedereen wordt meegetrokken in een proces van verandering, het liefst permanent. Vraag is of die beweging kan worden volgehouden. Is er ook voldoende aandacht voor aanpassing: voor transformatie van gewoontepatronen en het instellen van nieuwe rituelen, om de vernieuwing vast te houden en werkzaam te maken?
Mijn woning is een knekelhuis van overleden aspiraties en losse eindjes, en een stapelplaats van het onbekende, het nog-niet dat alsmaar wijkt. Om mijn leven te veranderen hoef ik het niet ver te zoeken, - zeker wanneer je wonen opvat als een vorm van innerlijkheid.
Verlangen naar iemand met een ziel,
naar waarachtigheid en waanzinnige wijsheid.
Om niet te verschrompelen in een wereld van stress en afrekencultuur.
Om niet dood te gaan in een wereld van onophoudelijke markt en efficiency.
Om de comfortzone en het positieve denken te overleven.
Om te leven als een mensch!
.
Monday, February 20, 2012
Week 8
.
Verkoopbaarheid en (zelf)marketing: de twee spelregels die zich in onze cultuur als vanzelf opdringen aan degene die als ‘zelfstandige’ door het leven wil. Het leidt welhaast onvermijdelijk tot zelfcensuur en de werkelijkheid mooier voorstellen. Hoe dan te ontkomen aan selectieve perceptie en (wat heet) ‘positief denken’?
Wat doet kunst? Is zij werkelijkheidvertekenend? Sommig werk (zoals dat van Van Gogh) laat zien hoe een kunstenaar het een en ander beleeft.
Wat maakt het concept ‘God’ zo aanwezig in spiritueel irrealisme? Vanwaar de behoefte aan een god of goden?
Het irrealistische van onaardse spiritualiteit, het selectief-eenzijdige van de werkelijkheidsbeleving en het uitzonderlijke van de gewenste ervaring lijken een concept ‘God’ nodig te maken, ter compensatie. Of beter gezegd: om de werkelijkheidsvertekening een eigenstandigheid te geven, oneindig uitgebreid tot in het onbekende. Wie het licht zonder donkerte wil, zal een gans andere werkelijkheid moeten creëren dan de aardse.
Het concept ‘God’ dient krachtig te zijn in zijn mentale uitwerking, nodig om de afwijkendheid sterk in herinnering te houden, - het zou anders gemakkelijk vervliegen in de veelvuldigheid van de realiteit en ten onder gaan in werkelijkheidszin. Het concept ‘God’ dient ook krachtig te zijn om het gewenste voorstelbaar en hoopbaar te houden, als iets dat méér kan worden dan uitzonderlijk, - en wel om de werkelijkheid ervan te doortrekken en deze aldus te transformeren, zowel persoonlijk als qua leefwereld, op aarde dan wel elders. (Almacht is daartoe nodig als eigenschap van het concept, evenals alomtegenwoordigheid.)
Eigendunk. Het ‘zelf’ lijkt vooral van belang, wanneer je nog niet weet wat je wilt. Het ‘zelf’ behoeft zichzelf hoog te houden, als egocentrisch en zelfingenomen Ik, zolang je nog intuïtief-tastend op zoek bent naar ‘jezelf’, wat het ook moge zijn. Het buitengewone Ik is wellicht een illusie, maar wat als je het nodig hebt om ruimte te houden voor iets dat je meent te moeten vinden, al weet je wat noch waar? (In die zin is er verwantschap met de behoefte aan het concept ‘God’.)
.
Verkoopbaarheid en (zelf)marketing: de twee spelregels die zich in onze cultuur als vanzelf opdringen aan degene die als ‘zelfstandige’ door het leven wil. Het leidt welhaast onvermijdelijk tot zelfcensuur en de werkelijkheid mooier voorstellen. Hoe dan te ontkomen aan selectieve perceptie en (wat heet) ‘positief denken’?
Wat doet kunst? Is zij werkelijkheidvertekenend? Sommig werk (zoals dat van Van Gogh) laat zien hoe een kunstenaar het een en ander beleeft.
Wat maakt het concept ‘God’ zo aanwezig in spiritueel irrealisme? Vanwaar de behoefte aan een god of goden?
Het irrealistische van onaardse spiritualiteit, het selectief-eenzijdige van de werkelijkheidsbeleving en het uitzonderlijke van de gewenste ervaring lijken een concept ‘God’ nodig te maken, ter compensatie. Of beter gezegd: om de werkelijkheidsvertekening een eigenstandigheid te geven, oneindig uitgebreid tot in het onbekende. Wie het licht zonder donkerte wil, zal een gans andere werkelijkheid moeten creëren dan de aardse.
Het concept ‘God’ dient krachtig te zijn in zijn mentale uitwerking, nodig om de afwijkendheid sterk in herinnering te houden, - het zou anders gemakkelijk vervliegen in de veelvuldigheid van de realiteit en ten onder gaan in werkelijkheidszin. Het concept ‘God’ dient ook krachtig te zijn om het gewenste voorstelbaar en hoopbaar te houden, als iets dat méér kan worden dan uitzonderlijk, - en wel om de werkelijkheid ervan te doortrekken en deze aldus te transformeren, zowel persoonlijk als qua leefwereld, op aarde dan wel elders. (Almacht is daartoe nodig als eigenschap van het concept, evenals alomtegenwoordigheid.)
Eigendunk. Het ‘zelf’ lijkt vooral van belang, wanneer je nog niet weet wat je wilt. Het ‘zelf’ behoeft zichzelf hoog te houden, als egocentrisch en zelfingenomen Ik, zolang je nog intuïtief-tastend op zoek bent naar ‘jezelf’, wat het ook moge zijn. Het buitengewone Ik is wellicht een illusie, maar wat als je het nodig hebt om ruimte te houden voor iets dat je meent te moeten vinden, al weet je wat noch waar? (In die zin is er verwantschap met de behoefte aan het concept ‘God’.)
.
Tuesday, February 14, 2012
Week 7
.
Borobudur, indrukwekkend, - méér dan ik vooraf had gedacht. Een bezoek aan dit wereldmonument stond als enige op mijn agenda, en wel omdat het absurd zou zijn om er niet naar toe te gaan als je (misschien slechts eenmalig) in de buurt bent. Een soort toeristische must. Ben evenwel verrast en blij er te zijn geweest!
Wat de functie van het bouwwerk ooit was, is niet zeker, maar het wekt de indruk een boeddhistisch pelgrimsoord te zijn geweest, een spirituele leerervaring in steen, een sacraal omgevingskunstwerk, een installatie avant la lettre waarvan je jezelf tot onderdeel kan maken door in een performance een weg omhoog te gaan. (Uiteraard kun je ook gewoon, met of zonder gids, naar boven klimmen om je toeristische plicht te doen.)
Het bouwwerk is kleiner dan ik me had voorgesteld op basis van de welbekende foto's, maar dat verandert niets aan het effect. Ik zou er geen moeite mee hebben om dagelijks een ronde te doen, spiralerend omhoog, van beneden, gevangen in een onophoudelijke cyclus van vruchtbaarheid en wedergeboorte, met beelden van de Boeddha als reminder dat het anders kan; door stenen gangen met gebeeldhouwde verhalen aan beide zijden, uit het dagelijks leven (als ik de beelden goed 'lees') en uit het leven van de zoekende, ontwakende en onderwijzende Boeddha, zes terrassen omhoog.
Op de drie hoogste terrassen overal stenen beelden van meditatiebellen; ze zijn hier nadrukkelijk aanwezig, - bellen als symbolen van ontwaken. Je wordt er door omringd, in relatief klein formaat, op de buitenmuur. En op de terrassen zelf staan enorme meditatiebellen, zo groot dat ze de boeddhabeelden omvatten die erin verborgen zitten, - nog te ontwaren door gaten in de bellen. Alsof het ontwaken steeds belangrijker wordt en de persoon van de ontwaakte steeds minder. Op de top een reusachtige meditatiebel (in de gids aangeduid als ‘stoepa’, maar ik vraag me af of dat de juiste benaming is), - ervóór staand kun je het geheel niet meer zien, zo groot: het ontwaken is volkomen en zo stevig gevestigd als graniet; de (persoon van de) boeddha is verdwenen.
Opmerkelijk ook: op de hoogste terrassen, die met de meditatiebellen, zijn verder geen andere beelden te zien. De begoocheling door de voorwerpen van eigen begeerten en verlangens is verdwenen. Op dit niveau kun je vrij om je heen kijken, en de werkelijkheid zien zoals zij is: de natuur, de bergen, de ruimte, alles, - niet langer beperkt in je zicht door de schijngestalten van je verbeelding, zoals op eerdere niveaus, en evenmin heb je langer de verhalen van de Boeddha nodig.
Prachtig, wat een schitterend voorbeeld van religieuze kunst!
De Borobudur, in de gids die ik meeheb een mandala in steen genoemd, - lijkt me heel treffend. Eén groot en complex betekenisnetwerk. Een plek waar veel gedragingen onmiddellijk een dubbele betekenis krijgen. Zoals de toeristen die direct naar boven stuiven, camera in de aanslag, op naar de top. Je hoeft geen heilige te zijn om te snappen dat de symbolische betekenis van boven aankomen je volstrekt zal ontgaan door er naar toe te snellen, zonder de etappes te gaan van onderaf. Tegelijk is het welhaast onontkoombaar om er het moderne ongeduld aan te verbinden en de neiging om alles in een quick fix te willen. En hup, weer naar het volgende!
Borobudur revisited. Op reis duurt het altijd enige dagen voordat ik in een passende houding groei: langzaam levend, - een houding die ik ook van vorig jaar ken, toen ik in India was. Dat wordt uiteraard flink in de hand gewerkt door het klimaat: tropisch, rond de 30 graden, af en toe een buitje als een warme douche. Ik word er vanzelf open van, ontvankelijk, op mijn gemak, zonder stress, de tijd nemend voor wat zich voordoet, etc. Vakantie speelt hierin natuurlijk een rol: niets moet. En ik ben hier om te ontspannen. Het is zelfs een belangrijke reden om een land als Indonesië te kiezen als reisbestemming: om af te kicken van de stress en het (over)gereguleerde in het ‘thuisland’.
Gisteren verbond zich aan deze sfeer van ‘easy going’ de ervaring van meditatie. Door de Borobudur als een bedevaartsoord te bestijgen, langzaam en aandachtig, ontdekte ik gaandeweg de spirituele kracht van het bouwwerk, - het klinkt nogal gezwollen, maar het is niet anders. Met name de drie bovenste terrassen maakten grote indruk. Komend van beneden, door de stenen gangen met tal van reliëfs en boeddha’s, sprongen boven de meditatiebellen in het oog. Zij zijn prominent aanwezig, als ongehoord krachtige aandachtbepalers en even zovele herinneringen aan de mogelijkheid van ontwaakt leven, - ook wel boeddhamogelijkheid genoemd. In hun kale eenvoud, ontdaan van alle verbeeldingsrommel en hersenspinsels die op de voorgaande terrassen nog de meeste aandacht trokken (ook al waren ook daar reeds meditatiebellen te zien, tegelijk met zittende boeddha’s, maar dan als onderdeel van het doorlopende tabeau vivant), stonden ze daar, alsof ze permanent mijn aandacht stonden open te stampen. (‘Luiden’ klinkt gepaster, maar de indruk die ze op mij maakten was gewelddadiger, als onhoorbare beiaards.) Het was stomweg overrompelend en zeer heftig, zonder dat ik erdoor van mijn stuk raakte, integendeel: ik voelde me buitengewoon aanwezig.
Langzaam cirkelend ben ik weer naar beneden gegaan. Heb er uitgerust op een bankje aan de voet van het boeddhistische Gesamtkunstwerk en een eerste indruk opgeschreven. Ben vervolgens opnieuw de rondgang naar boven gegaan. Het zien van de meditatiebellen had deze keer zo mogelijk een nog krachtiger effect. Minder overrompelend, want ik had het al eens meegemaakt, maar zeker niet minder effectief.
Ondertussen was het vroeg in de middag. Een ander soort publiek was op bezoek. Meer Indonesiërs en met name schooljeugd. En wat eerder die dag al verschillende malen was gebeurd, gebeurde nu weer: de vraag of ik met iemand of een groepje op de foto wilde. (Ik verbaas me er telkens weer over: waarom wil men met een westerling op de foto? Ik stel me het omgekeerde voor. Zouden wij hetzelfde doen in Europa: een Aziaat vragen om met ons te poseren voor de Eiffeltoren? In China en India was me dit ook al overkomen. Nu in Indonesië dus weer. Anyway, waarom niet? ’t Is een leuk contact, en sinds gisteren doe ik hetzelfde andersom: nadat ik met hen op de foto ben geweest, vraag ik of ze dezelfde foto nog een keer willen maken, maar dan met mijn toestel. Het levert een aardige verzameling kiekjes op.)
Op de bovenste terrassen van de Borobudur gebeurde het dus opnieuw: kinderen en vrouwen die me schuchter of heel direct benaderden met de vraag om met hen op de foto te gaan. Je zou de instelling kunnen hebben: op zo’n verheven plaats hoort een gewijde sfeer te heersen. Geen lawaaierigheid. Geen gedoe met foto’s. Geen gejoel. Maar wat me inviel was: dit past helemaal! Als ontwaken iets te betekenen heeft, dan in het gewone leven. Zoals hier. In interactie met anderen, met mensen die iets van me willen, terwijl er aanspraak op me wordt gemaakt, in intense momenten. Een soort test. Het was bijzonder om mee te maken. Regelmatig hield ik de meditatiebellen in de gaten, om mij met ‘ongehoorde’ knallen in het nu te houden, open, spontaan reagerend, vanuit innerlijke rust, zonder me ervan af te maken, met joelende en lachende kinderen die me van alles vroegen, en jonge dames, idem dito. Met aandacht, niet alleen voor wat er gebeurde in de interactie, maar ook in mijzelf. (Uiteraard liet het me niet onberoerd.)
Behalve dat het ontzettend leuk was, blijft me bij hoe geweldig het is om volkomen alert/gewaar te zijn in het moment, wat er dan allemaal kan gebeuren, en de rol die de meditatiebellen speelden. Ik zou er geen bezwaar tegen hebben als dergelijke stenen bellen her en der op straat te zien zouden zijn, onopvallend aanwezig, zodat je de hele dag door herinnerd zou kunnen worden aan de mogelijkheid van aandachtig leven.
Kenmerkend voor een religie of levensbeschouwing is de vraag welke existentiële tegenstelling zij meent te ontwaren in de werkelijkheid, - meestal in de vorm van een probleem en een oplossing. En de vraag óf, en zo ja in hoeverre, de oplossing iets wil veranderen aan het probleem. Dit laatste is niet evident, aangezien de oplossing ook kan worden gezocht in een houding, een attitude, of een omgangsvorm, zonder dat wordt geprobeerd om de werkelijkheid te veranderen.
Prambanan, gefossiliseerd verleden. Terwijl de Borobudur nog tot leven te wekken valt door het bouwwerk te nemen voor wat het is - een mandala in steen -, zijn de hindoeïstische tempels van Prambanan van een volstrekt museale doodsheid. Er komt nog eens een tijd dat men personeel aanneemt om voor hindoe te spelen met uurlijkse voorstellingen van een puja, zoals men in de Zaanse Schans boeren en molenaars opvoert. Met India in het achterhoofd zijn deze stenen gevaarten gedrochten van de toeristische rede. Alles zorgvuldig ontdaan van ritueel gebruik, zoals ooit voor de gelovigen praktijk moet zijn geweest. Wat overblijft is de puur esthetische waarde van de gebouwen. Architectuur met een verhaal. Een verzameling anekdotes die voor niemand blijvend interessant is, zelfs niet voor de toerist, en dat is maar goed ook, want dan kan hij zonder verdere belasting weer door naar de volgende attractie.
Leven in schimmen. Een voorstelling van Wajang-poppen is een merkwaardig gebeuren: Indonesiërs gaan er niet naar toe, te klassiek (volgens een van de makers die ik er sprak); buitenlandse toeristen zitten er, maar snappen er niets van. De voorstelling die ik zag was in het Sono-Budoyomuseum (Yokyakarta): een 15-tal muzikanten en een poppenspeler, en 9 toeschouwers in de zaal. We kregen de derde episode te zien uit een 8-delige bewerking van de Mahabharata, - een klassieker uit de hindoeïstische literatuur. Deze verhalen zullen ooit relevant zijn geweest toen de bevolking grotendeels hindoe was, maar blijken nu nauwelijks nog een snaar te raken. Het schimmenspel vond ik intrigerend als theatraal concept; het triggert de verbeelding en tegelijk zegt het iets over de verbeelding zelf. Er zou meer mee gedaan kunnen worden, zeker voor kinderen, en waarom niet ook voor volwassenen!
Wat me bijblijft, m.n. door het bezoek aan het Nationaal Museum, de Borobudur, de tempels van Prambanan en het Wajang-theater, is de krachtige aanwezigheid ooit van Hindoeïsme en Boeddhisme op Java. En de vraag hoe deze religies welhaast spoorloos hebben kunnen verdwijnen uit het dagelijks leven. Is het voornamelijk de Islam geweest die voor ondergang heeft gezorgd? Waren nog andere factoren van belang? Onvrede bij de bevolking? Corruptie? Verkeerde verwevenheid met de macht? (Ik denk aan de wijze waarop de Franse Revolutie afrekende met de katholieke kerk.) Heeft ook de Nederlandse kolonisering nog een rol gespeeld? Vervanging door een volstrekt andere religie: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat motiveerde de gelovigen om over te stappen? Was het simpelweg dwang?
Veel vragen waar ik nog geen antwoord op heb gevonden.
.
Borobudur, indrukwekkend, - méér dan ik vooraf had gedacht. Een bezoek aan dit wereldmonument stond als enige op mijn agenda, en wel omdat het absurd zou zijn om er niet naar toe te gaan als je (misschien slechts eenmalig) in de buurt bent. Een soort toeristische must. Ben evenwel verrast en blij er te zijn geweest!
Wat de functie van het bouwwerk ooit was, is niet zeker, maar het wekt de indruk een boeddhistisch pelgrimsoord te zijn geweest, een spirituele leerervaring in steen, een sacraal omgevingskunstwerk, een installatie avant la lettre waarvan je jezelf tot onderdeel kan maken door in een performance een weg omhoog te gaan. (Uiteraard kun je ook gewoon, met of zonder gids, naar boven klimmen om je toeristische plicht te doen.)
Het bouwwerk is kleiner dan ik me had voorgesteld op basis van de welbekende foto's, maar dat verandert niets aan het effect. Ik zou er geen moeite mee hebben om dagelijks een ronde te doen, spiralerend omhoog, van beneden, gevangen in een onophoudelijke cyclus van vruchtbaarheid en wedergeboorte, met beelden van de Boeddha als reminder dat het anders kan; door stenen gangen met gebeeldhouwde verhalen aan beide zijden, uit het dagelijks leven (als ik de beelden goed 'lees') en uit het leven van de zoekende, ontwakende en onderwijzende Boeddha, zes terrassen omhoog.
Op de drie hoogste terrassen overal stenen beelden van meditatiebellen; ze zijn hier nadrukkelijk aanwezig, - bellen als symbolen van ontwaken. Je wordt er door omringd, in relatief klein formaat, op de buitenmuur. En op de terrassen zelf staan enorme meditatiebellen, zo groot dat ze de boeddhabeelden omvatten die erin verborgen zitten, - nog te ontwaren door gaten in de bellen. Alsof het ontwaken steeds belangrijker wordt en de persoon van de ontwaakte steeds minder. Op de top een reusachtige meditatiebel (in de gids aangeduid als ‘stoepa’, maar ik vraag me af of dat de juiste benaming is), - ervóór staand kun je het geheel niet meer zien, zo groot: het ontwaken is volkomen en zo stevig gevestigd als graniet; de (persoon van de) boeddha is verdwenen.
Opmerkelijk ook: op de hoogste terrassen, die met de meditatiebellen, zijn verder geen andere beelden te zien. De begoocheling door de voorwerpen van eigen begeerten en verlangens is verdwenen. Op dit niveau kun je vrij om je heen kijken, en de werkelijkheid zien zoals zij is: de natuur, de bergen, de ruimte, alles, - niet langer beperkt in je zicht door de schijngestalten van je verbeelding, zoals op eerdere niveaus, en evenmin heb je langer de verhalen van de Boeddha nodig.
Prachtig, wat een schitterend voorbeeld van religieuze kunst!
De Borobudur, in de gids die ik meeheb een mandala in steen genoemd, - lijkt me heel treffend. Eén groot en complex betekenisnetwerk. Een plek waar veel gedragingen onmiddellijk een dubbele betekenis krijgen. Zoals de toeristen die direct naar boven stuiven, camera in de aanslag, op naar de top. Je hoeft geen heilige te zijn om te snappen dat de symbolische betekenis van boven aankomen je volstrekt zal ontgaan door er naar toe te snellen, zonder de etappes te gaan van onderaf. Tegelijk is het welhaast onontkoombaar om er het moderne ongeduld aan te verbinden en de neiging om alles in een quick fix te willen. En hup, weer naar het volgende!
Borobudur revisited. Op reis duurt het altijd enige dagen voordat ik in een passende houding groei: langzaam levend, - een houding die ik ook van vorig jaar ken, toen ik in India was. Dat wordt uiteraard flink in de hand gewerkt door het klimaat: tropisch, rond de 30 graden, af en toe een buitje als een warme douche. Ik word er vanzelf open van, ontvankelijk, op mijn gemak, zonder stress, de tijd nemend voor wat zich voordoet, etc. Vakantie speelt hierin natuurlijk een rol: niets moet. En ik ben hier om te ontspannen. Het is zelfs een belangrijke reden om een land als Indonesië te kiezen als reisbestemming: om af te kicken van de stress en het (over)gereguleerde in het ‘thuisland’.
Gisteren verbond zich aan deze sfeer van ‘easy going’ de ervaring van meditatie. Door de Borobudur als een bedevaartsoord te bestijgen, langzaam en aandachtig, ontdekte ik gaandeweg de spirituele kracht van het bouwwerk, - het klinkt nogal gezwollen, maar het is niet anders. Met name de drie bovenste terrassen maakten grote indruk. Komend van beneden, door de stenen gangen met tal van reliëfs en boeddha’s, sprongen boven de meditatiebellen in het oog. Zij zijn prominent aanwezig, als ongehoord krachtige aandachtbepalers en even zovele herinneringen aan de mogelijkheid van ontwaakt leven, - ook wel boeddhamogelijkheid genoemd. In hun kale eenvoud, ontdaan van alle verbeeldingsrommel en hersenspinsels die op de voorgaande terrassen nog de meeste aandacht trokken (ook al waren ook daar reeds meditatiebellen te zien, tegelijk met zittende boeddha’s, maar dan als onderdeel van het doorlopende tabeau vivant), stonden ze daar, alsof ze permanent mijn aandacht stonden open te stampen. (‘Luiden’ klinkt gepaster, maar de indruk die ze op mij maakten was gewelddadiger, als onhoorbare beiaards.) Het was stomweg overrompelend en zeer heftig, zonder dat ik erdoor van mijn stuk raakte, integendeel: ik voelde me buitengewoon aanwezig.
Langzaam cirkelend ben ik weer naar beneden gegaan. Heb er uitgerust op een bankje aan de voet van het boeddhistische Gesamtkunstwerk en een eerste indruk opgeschreven. Ben vervolgens opnieuw de rondgang naar boven gegaan. Het zien van de meditatiebellen had deze keer zo mogelijk een nog krachtiger effect. Minder overrompelend, want ik had het al eens meegemaakt, maar zeker niet minder effectief.
Ondertussen was het vroeg in de middag. Een ander soort publiek was op bezoek. Meer Indonesiërs en met name schooljeugd. En wat eerder die dag al verschillende malen was gebeurd, gebeurde nu weer: de vraag of ik met iemand of een groepje op de foto wilde. (Ik verbaas me er telkens weer over: waarom wil men met een westerling op de foto? Ik stel me het omgekeerde voor. Zouden wij hetzelfde doen in Europa: een Aziaat vragen om met ons te poseren voor de Eiffeltoren? In China en India was me dit ook al overkomen. Nu in Indonesië dus weer. Anyway, waarom niet? ’t Is een leuk contact, en sinds gisteren doe ik hetzelfde andersom: nadat ik met hen op de foto ben geweest, vraag ik of ze dezelfde foto nog een keer willen maken, maar dan met mijn toestel. Het levert een aardige verzameling kiekjes op.)
Op de bovenste terrassen van de Borobudur gebeurde het dus opnieuw: kinderen en vrouwen die me schuchter of heel direct benaderden met de vraag om met hen op de foto te gaan. Je zou de instelling kunnen hebben: op zo’n verheven plaats hoort een gewijde sfeer te heersen. Geen lawaaierigheid. Geen gedoe met foto’s. Geen gejoel. Maar wat me inviel was: dit past helemaal! Als ontwaken iets te betekenen heeft, dan in het gewone leven. Zoals hier. In interactie met anderen, met mensen die iets van me willen, terwijl er aanspraak op me wordt gemaakt, in intense momenten. Een soort test. Het was bijzonder om mee te maken. Regelmatig hield ik de meditatiebellen in de gaten, om mij met ‘ongehoorde’ knallen in het nu te houden, open, spontaan reagerend, vanuit innerlijke rust, zonder me ervan af te maken, met joelende en lachende kinderen die me van alles vroegen, en jonge dames, idem dito. Met aandacht, niet alleen voor wat er gebeurde in de interactie, maar ook in mijzelf. (Uiteraard liet het me niet onberoerd.)
Behalve dat het ontzettend leuk was, blijft me bij hoe geweldig het is om volkomen alert/gewaar te zijn in het moment, wat er dan allemaal kan gebeuren, en de rol die de meditatiebellen speelden. Ik zou er geen bezwaar tegen hebben als dergelijke stenen bellen her en der op straat te zien zouden zijn, onopvallend aanwezig, zodat je de hele dag door herinnerd zou kunnen worden aan de mogelijkheid van aandachtig leven.
Kenmerkend voor een religie of levensbeschouwing is de vraag welke existentiële tegenstelling zij meent te ontwaren in de werkelijkheid, - meestal in de vorm van een probleem en een oplossing. En de vraag óf, en zo ja in hoeverre, de oplossing iets wil veranderen aan het probleem. Dit laatste is niet evident, aangezien de oplossing ook kan worden gezocht in een houding, een attitude, of een omgangsvorm, zonder dat wordt geprobeerd om de werkelijkheid te veranderen.
Prambanan, gefossiliseerd verleden. Terwijl de Borobudur nog tot leven te wekken valt door het bouwwerk te nemen voor wat het is - een mandala in steen -, zijn de hindoeïstische tempels van Prambanan van een volstrekt museale doodsheid. Er komt nog eens een tijd dat men personeel aanneemt om voor hindoe te spelen met uurlijkse voorstellingen van een puja, zoals men in de Zaanse Schans boeren en molenaars opvoert. Met India in het achterhoofd zijn deze stenen gevaarten gedrochten van de toeristische rede. Alles zorgvuldig ontdaan van ritueel gebruik, zoals ooit voor de gelovigen praktijk moet zijn geweest. Wat overblijft is de puur esthetische waarde van de gebouwen. Architectuur met een verhaal. Een verzameling anekdotes die voor niemand blijvend interessant is, zelfs niet voor de toerist, en dat is maar goed ook, want dan kan hij zonder verdere belasting weer door naar de volgende attractie.
Leven in schimmen. Een voorstelling van Wajang-poppen is een merkwaardig gebeuren: Indonesiërs gaan er niet naar toe, te klassiek (volgens een van de makers die ik er sprak); buitenlandse toeristen zitten er, maar snappen er niets van. De voorstelling die ik zag was in het Sono-Budoyomuseum (Yokyakarta): een 15-tal muzikanten en een poppenspeler, en 9 toeschouwers in de zaal. We kregen de derde episode te zien uit een 8-delige bewerking van de Mahabharata, - een klassieker uit de hindoeïstische literatuur. Deze verhalen zullen ooit relevant zijn geweest toen de bevolking grotendeels hindoe was, maar blijken nu nauwelijks nog een snaar te raken. Het schimmenspel vond ik intrigerend als theatraal concept; het triggert de verbeelding en tegelijk zegt het iets over de verbeelding zelf. Er zou meer mee gedaan kunnen worden, zeker voor kinderen, en waarom niet ook voor volwassenen!
Wat me bijblijft, m.n. door het bezoek aan het Nationaal Museum, de Borobudur, de tempels van Prambanan en het Wajang-theater, is de krachtige aanwezigheid ooit van Hindoeïsme en Boeddhisme op Java. En de vraag hoe deze religies welhaast spoorloos hebben kunnen verdwijnen uit het dagelijks leven. Is het voornamelijk de Islam geweest die voor ondergang heeft gezorgd? Waren nog andere factoren van belang? Onvrede bij de bevolking? Corruptie? Verkeerde verwevenheid met de macht? (Ik denk aan de wijze waarop de Franse Revolutie afrekende met de katholieke kerk.) Heeft ook de Nederlandse kolonisering nog een rol gespeeld? Vervanging door een volstrekt andere religie: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat motiveerde de gelovigen om over te stappen? Was het simpelweg dwang?
Veel vragen waar ik nog geen antwoord op heb gevonden.
.
Subscribe to:
Posts (Atom)