.
Borobudur, indrukwekkend, - méér dan ik vooraf had gedacht. Een bezoek aan dit wereldmonument stond als enige op mijn agenda, en wel omdat het absurd zou zijn om er niet naar toe te gaan als je (misschien slechts eenmalig) in de buurt bent. Een soort toeristische must. Ben evenwel verrast en blij er te zijn geweest!
Wat de functie van het bouwwerk ooit was, is niet zeker, maar het wekt de indruk een boeddhistisch pelgrimsoord te zijn geweest, een spirituele leerervaring in steen, een sacraal omgevingskunstwerk, een installatie avant la lettre waarvan je jezelf tot onderdeel kan maken door in een performance een weg omhoog te gaan. (Uiteraard kun je ook gewoon, met of zonder gids, naar boven klimmen om je toeristische plicht te doen.)
Het bouwwerk is kleiner dan ik me had voorgesteld op basis van de welbekende foto's, maar dat verandert niets aan het effect. Ik zou er geen moeite mee hebben om dagelijks een ronde te doen, spiralerend omhoog, van beneden, gevangen in een onophoudelijke cyclus van vruchtbaarheid en wedergeboorte, met beelden van de Boeddha als reminder dat het anders kan; door stenen gangen met gebeeldhouwde verhalen aan beide zijden, uit het dagelijks leven (als ik de beelden goed 'lees') en uit het leven van de zoekende, ontwakende en onderwijzende Boeddha, zes terrassen omhoog.
Op de drie hoogste terrassen overal stenen beelden van meditatiebellen; ze zijn hier nadrukkelijk aanwezig, - bellen als symbolen van ontwaken. Je wordt er door omringd, in relatief klein formaat, op de buitenmuur. En op de terrassen zelf staan enorme meditatiebellen, zo groot dat ze de boeddhabeelden omvatten die erin verborgen zitten, - nog te ontwaren door gaten in de bellen. Alsof het ontwaken steeds belangrijker wordt en de persoon van de ontwaakte steeds minder. Op de top een reusachtige meditatiebel (in de gids aangeduid als ‘stoepa’, maar ik vraag me af of dat de juiste benaming is), - ervóór staand kun je het geheel niet meer zien, zo groot: het ontwaken is volkomen en zo stevig gevestigd als graniet; de (persoon van de) boeddha is verdwenen.
Opmerkelijk ook: op de hoogste terrassen, die met de meditatiebellen, zijn verder geen andere beelden te zien. De begoocheling door de voorwerpen van eigen begeerten en verlangens is verdwenen. Op dit niveau kun je vrij om je heen kijken, en de werkelijkheid zien zoals zij is: de natuur, de bergen, de ruimte, alles, - niet langer beperkt in je zicht door de schijngestalten van je verbeelding, zoals op eerdere niveaus, en evenmin heb je langer de verhalen van de Boeddha nodig.
Prachtig, wat een schitterend voorbeeld van religieuze kunst!
De Borobudur, in de gids die ik meeheb een mandala in steen genoemd, - lijkt me heel treffend. Eén groot en complex betekenisnetwerk. Een plek waar veel gedragingen onmiddellijk een dubbele betekenis krijgen. Zoals de toeristen die direct naar boven stuiven, camera in de aanslag, op naar de top. Je hoeft geen heilige te zijn om te snappen dat de symbolische betekenis van boven aankomen je volstrekt zal ontgaan door er naar toe te snellen, zonder de etappes te gaan van onderaf. Tegelijk is het welhaast onontkoombaar om er het moderne ongeduld aan te verbinden en de neiging om alles in een quick fix te willen. En hup, weer naar het volgende!
Borobudur revisited. Op reis duurt het altijd enige dagen voordat ik in een passende houding groei: langzaam levend, - een houding die ik ook van vorig jaar ken, toen ik in India was. Dat wordt uiteraard flink in de hand gewerkt door het klimaat: tropisch, rond de 30 graden, af en toe een buitje als een warme douche. Ik word er vanzelf open van, ontvankelijk, op mijn gemak, zonder stress, de tijd nemend voor wat zich voordoet, etc. Vakantie speelt hierin natuurlijk een rol: niets moet. En ik ben hier om te ontspannen. Het is zelfs een belangrijke reden om een land als Indonesië te kiezen als reisbestemming: om af te kicken van de stress en het (over)gereguleerde in het ‘thuisland’.
Gisteren verbond zich aan deze sfeer van ‘easy going’ de ervaring van meditatie. Door de Borobudur als een bedevaartsoord te bestijgen, langzaam en aandachtig, ontdekte ik gaandeweg de spirituele kracht van het bouwwerk, - het klinkt nogal gezwollen, maar het is niet anders. Met name de drie bovenste terrassen maakten grote indruk. Komend van beneden, door de stenen gangen met tal van reliëfs en boeddha’s, sprongen boven de meditatiebellen in het oog. Zij zijn prominent aanwezig, als ongehoord krachtige aandachtbepalers en even zovele herinneringen aan de mogelijkheid van ontwaakt leven, - ook wel boeddhamogelijkheid genoemd. In hun kale eenvoud, ontdaan van alle verbeeldingsrommel en hersenspinsels die op de voorgaande terrassen nog de meeste aandacht trokken (ook al waren ook daar reeds meditatiebellen te zien, tegelijk met zittende boeddha’s, maar dan als onderdeel van het doorlopende tabeau vivant), stonden ze daar, alsof ze permanent mijn aandacht stonden open te stampen. (‘Luiden’ klinkt gepaster, maar de indruk die ze op mij maakten was gewelddadiger, als onhoorbare beiaards.) Het was stomweg overrompelend en zeer heftig, zonder dat ik erdoor van mijn stuk raakte, integendeel: ik voelde me buitengewoon aanwezig.
Langzaam cirkelend ben ik weer naar beneden gegaan. Heb er uitgerust op een bankje aan de voet van het boeddhistische Gesamtkunstwerk en een eerste indruk opgeschreven. Ben vervolgens opnieuw de rondgang naar boven gegaan. Het zien van de meditatiebellen had deze keer zo mogelijk een nog krachtiger effect. Minder overrompelend, want ik had het al eens meegemaakt, maar zeker niet minder effectief.
Ondertussen was het vroeg in de middag. Een ander soort publiek was op bezoek. Meer Indonesiërs en met name schooljeugd. En wat eerder die dag al verschillende malen was gebeurd, gebeurde nu weer: de vraag of ik met iemand of een groepje op de foto wilde. (Ik verbaas me er telkens weer over: waarom wil men met een westerling op de foto? Ik stel me het omgekeerde voor. Zouden wij hetzelfde doen in Europa: een Aziaat vragen om met ons te poseren voor de Eiffeltoren? In China en India was me dit ook al overkomen. Nu in Indonesië dus weer. Anyway, waarom niet? ’t Is een leuk contact, en sinds gisteren doe ik hetzelfde andersom: nadat ik met hen op de foto ben geweest, vraag ik of ze dezelfde foto nog een keer willen maken, maar dan met mijn toestel. Het levert een aardige verzameling kiekjes op.)
Op de bovenste terrassen van de Borobudur gebeurde het dus opnieuw: kinderen en vrouwen die me schuchter of heel direct benaderden met de vraag om met hen op de foto te gaan. Je zou de instelling kunnen hebben: op zo’n verheven plaats hoort een gewijde sfeer te heersen. Geen lawaaierigheid. Geen gedoe met foto’s. Geen gejoel. Maar wat me inviel was: dit past helemaal! Als ontwaken iets te betekenen heeft, dan in het gewone leven. Zoals hier. In interactie met anderen, met mensen die iets van me willen, terwijl er aanspraak op me wordt gemaakt, in intense momenten. Een soort test. Het was bijzonder om mee te maken. Regelmatig hield ik de meditatiebellen in de gaten, om mij met ‘ongehoorde’ knallen in het nu te houden, open, spontaan reagerend, vanuit innerlijke rust, zonder me ervan af te maken, met joelende en lachende kinderen die me van alles vroegen, en jonge dames, idem dito. Met aandacht, niet alleen voor wat er gebeurde in de interactie, maar ook in mijzelf. (Uiteraard liet het me niet onberoerd.)
Behalve dat het ontzettend leuk was, blijft me bij hoe geweldig het is om volkomen alert/gewaar te zijn in het moment, wat er dan allemaal kan gebeuren, en de rol die de meditatiebellen speelden. Ik zou er geen bezwaar tegen hebben als dergelijke stenen bellen her en der op straat te zien zouden zijn, onopvallend aanwezig, zodat je de hele dag door herinnerd zou kunnen worden aan de mogelijkheid van aandachtig leven.
Kenmerkend voor een religie of levensbeschouwing is de vraag welke existentiële tegenstelling zij meent te ontwaren in de werkelijkheid, - meestal in de vorm van een probleem en een oplossing. En de vraag óf, en zo ja in hoeverre, de oplossing iets wil veranderen aan het probleem. Dit laatste is niet evident, aangezien de oplossing ook kan worden gezocht in een houding, een attitude, of een omgangsvorm, zonder dat wordt geprobeerd om de werkelijkheid te veranderen.
Prambanan, gefossiliseerd verleden. Terwijl de Borobudur nog tot leven te wekken valt door het bouwwerk te nemen voor wat het is - een mandala in steen -, zijn de hindoeïstische tempels van Prambanan van een volstrekt museale doodsheid. Er komt nog eens een tijd dat men personeel aanneemt om voor hindoe te spelen met uurlijkse voorstellingen van een puja, zoals men in de Zaanse Schans boeren en molenaars opvoert. Met India in het achterhoofd zijn deze stenen gevaarten gedrochten van de toeristische rede. Alles zorgvuldig ontdaan van ritueel gebruik, zoals ooit voor de gelovigen praktijk moet zijn geweest. Wat overblijft is de puur esthetische waarde van de gebouwen. Architectuur met een verhaal. Een verzameling anekdotes die voor niemand blijvend interessant is, zelfs niet voor de toerist, en dat is maar goed ook, want dan kan hij zonder verdere belasting weer door naar de volgende attractie.
Leven in schimmen. Een voorstelling van Wajang-poppen is een merkwaardig gebeuren: Indonesiërs gaan er niet naar toe, te klassiek (volgens een van de makers die ik er sprak); buitenlandse toeristen zitten er, maar snappen er niets van. De voorstelling die ik zag was in het Sono-Budoyomuseum (Yokyakarta): een 15-tal muzikanten en een poppenspeler, en 9 toeschouwers in de zaal. We kregen de derde episode te zien uit een 8-delige bewerking van de Mahabharata, - een klassieker uit de hindoeïstische literatuur. Deze verhalen zullen ooit relevant zijn geweest toen de bevolking grotendeels hindoe was, maar blijken nu nauwelijks nog een snaar te raken. Het schimmenspel vond ik intrigerend als theatraal concept; het triggert de verbeelding en tegelijk zegt het iets over de verbeelding zelf. Er zou meer mee gedaan kunnen worden, zeker voor kinderen, en waarom niet ook voor volwassenen!
Wat me bijblijft, m.n. door het bezoek aan het Nationaal Museum, de Borobudur, de tempels van Prambanan en het Wajang-theater, is de krachtige aanwezigheid ooit van Hindoeïsme en Boeddhisme op Java. En de vraag hoe deze religies welhaast spoorloos hebben kunnen verdwijnen uit het dagelijks leven. Is het voornamelijk de Islam geweest die voor ondergang heeft gezorgd? Waren nog andere factoren van belang? Onvrede bij de bevolking? Corruptie? Verkeerde verwevenheid met de macht? (Ik denk aan de wijze waarop de Franse Revolutie afrekende met de katholieke kerk.) Heeft ook de Nederlandse kolonisering nog een rol gespeeld? Vervanging door een volstrekt andere religie: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat motiveerde de gelovigen om over te stappen? Was het simpelweg dwang?
Veel vragen waar ik nog geen antwoord op heb gevonden.
.
No comments:
Post a Comment