Monday, March 12, 2012

Week 11

.


Het alledaagse leven gaat gewoon zijn gang, of ik nu aandachtig leef of niet; of ik mij instel op diepe acceptatie van het leven of niet; of ik van mijn leven een kunst probeer te maken of niet. Wakker zijn of in verwarring de dag doorbrengen, het leven trekt zich er niets van aan, laat staan de kosmos.


Levenslust heeft een andere kant: de vrees dat alles voorbij gaat. Bewustzijn versterkt dit besef, maakt het allesdoordringend. Altijd ligt deze existentiële angst op de loer, ook wanneer ik geniet. In combinatie met verbeelding is hij bovendien buitengewoon productief, tal van spellen creërend ter bezwering.


Niets blijft, alles verandert. ‘Wezen’, ‘substantie’, ‘ziel’, ‘zelf’, ‘god’, ‘eerste oorzaak’, ‘vorm’, ‘idee’, ‘doel’, ‘systeem’, ‘eenheid’, en andere metafysische begrippen: het zijn geen toevallige termen. Ze lijken allemaal ooit te zijn bedacht om onvergankelijkheid denkbaar te maken, en te houden, in een wereld van veranderlijkheid. Wat als blijkt dat al deze concepten niets dan denkbeeldig zijn, zonder enige aantoonbare grond in de werkelijkheid? Wat als zij slechts producten blijken van een menselijke behoefte, als toevlucht voor het besef van basale onzekerheid, ter bezwering van de angst voor allesdoordringende vergankelijkheid? En wat dan te doen met dit existentiële onbehagen?


Kosmologische vragen en argumentaties in de filosofie (zoals: ‘Is het heelal oneindig?’, en ‘Hoe is het heelal ontstaan?’) zijn niet onschuldig. Ze willen iets anders bewijzen dan waar naar gevraagd wordt. Wat? Opvallend is dat voornamelijk theïstische denkers een punt maken van dergelijke vragen. Vroeg of laat komt dan ook het bestaan van God om de hoek kijken. En begrijpelijk: wie heeft er buiten theïstische kringen iets te zoeken in deze uiterste regionen?


Slaven zonder meester. Slavernij afgeschaft? Wat te denken van al de mensen die worden ingesnoerd door een rigide arbeidsdeling, veroordeeld tot het uitvoeren van een beperkt aantal handelingen? Wat te denken van diegenen die in hun werk niet veel meer zijn dan een (al dan niet flexibel) onderdeel van een volstrekt gemechaniseerd systeem, computers en protocollen inbegrepen? Wat te denken van al die mensen die omwille van een carrière gedwongen worden tot een uiterst eenzijdig interessegebied? Het verschil met andere, meer ‘traditionele’, nog steeds voorkomende vormen van slavernij: zij is zelfgekozen, - of althans, dat wil men hen doen geloven. Probleem is: wie is die ‘men’? En is bij deze contemporaine slavernij aanwijsbaar wie de ‘meesters’ zijn?


Voorbij teleologie. Welke gedachten, welke idealen en utopieën, welke hoop op vooruitgang en geborgenheid vallen niet allemaal weg, wanneer je doelmatigheid uit de kosmos wegsnijdt, en daarmee ook uit alles wat leeft? Wat als elke samenhangende eenheid, met bijbehorende doelen, een menselijke creatie blijkt, of een schone wens, en geen natuurlijk gegeven? Wat als ons doen en laten niet (langer) ingepast kan worden in een noodzakelijke morele orde? Is er dan wel iets van lijn te bespeuren in de geschiedenis? Hebben termen als ‘volmaaktheid’ en ‘ideaal’ dan überhaupt nog wel zin? Zin? En wat te denken van hoop?


De menselijke conditie. Het zou kunnen dat onze vragen, behoeften en verlangens niet veel verschillen van die van mensen uit andere tijden en culturen. Oude Grieken, Chinezen en wij: zijn we niet allen mensen? Verschillend zijn evenwel de condities waarin die vragen etc zich stellen en met welke middelen zij geadresseerd worden (inclusief taal, kennis, materiële omstandigheden etc). Dit verschil is precies de reden waarom ook filosofie zich telkens weer dient te vernieuwen en er geen formules bestaan voor eeuwige waarheden.








.

No comments:

Post a Comment