.
Sommigen (zoals John Gray) verwijten de Westerse moderniteit utopisme, vanwege haar geloof in maakbaarheid, - een utopisme dat bovendien rücksichtslos te werk ging en vele slachtoffers heeft gemaakt. Is dat verwijt terecht?
Er kan tegenin worden gebracht dat diezelfde moderniteit een grote bereidheid kent tot zelfreflectie en leren. Veel van haar idealen zijn ondertussen ontmaskerd als illusies, terwijl andere zich hebben vernieuwd. Bovendien biedt de (Westerse) moderniteit toenemend ruimte aan pluriformiteit, met de uitdrukkelijke intentie deze ook gerechtelijk te beschermen.
Is er desondanks reden tot verwijt? Misschien haar eigendunk, menend dat de eigen beschaving de enige is die bereid is tot leren en ruimte biedt aan pluriformiteit. Maar is die eigendunk een reden om van utopisme te spreken?
Is filosofie van de levenskunst onnodig moeilijk doen? Het leven ingewikkeld maken terwijl het gewoon simpel kan? Wellicht alleen voor wie geen ‘last’ heeft van een denkend bewustzijn. Anderen zullen er iets mee moeten, om het te bevredigen, - en het vruchtbaar te maken!
God als het bestaan wanneer wij het vieren: met een dergelijke, seculiere godsopvatting zou ik goed kunnen leven, ware het niet dat zij gegarandeerd leidt tot misverstanden. Nieuw is een dergelijke God evenwel niet, - men denke aan de Stoïcijnen en Spinoza. Goed voor een renaissance!
Stel je voor: kerken, moskeeën en synagogen omgebouwd tot seculiere tempels om het leven te vieren!
Wie weinig weet, moet veel geloven: welke misverstanden zijn aldus in het leven geroepen, en welke ervan behoren nog steeds tot ons culturele erfgoed en zijn medebepalend voor de situatie waarin de wereld zich nu bevindt?
Vrijheid als mogelijkheidszin. Maakt al dan niet geloven in een vrije wil verschil in de keuzes die je maakt? Zou ik als determinist andere keuzes maken dan wanneer ik zou geloven in een vrije wil? Ik vraag het me sterk af. Wanneer ik kies is de vrijheid van mijn wil nooit een issue. Niet het geloof in een (niet-)vrije wil maakt het verschil, maar mijn levenslust! Plus de inschatting van mijn mogelijkheden: wie alternatieven ziet, zal zich vrij voelen; onvrij degene die meent slechts één optie te hebben. De vraag is niet of mijn wil vrij is, dan wel gedetermineerd. Maar: wat bevordert mijn levenslust? En: zijn er alternatieven die mijn zicht op de situatie veranderen?
Een mens is niet per se verantwoordelijk; hij wordt verantwoordelijk gemaakt, doordat hij wordt aangesproken door een ander, op gedrag of anderszins. Met andere woorden: het appèl dat een ander op hem doet maakt hem verantwoordelijk. Verantwoordelijkheid gebeurt in de ontmoeting. Aldus gesteld is een al dan niet vrije wil van geen belang. De vraag is slechts in hoeverre iemand ontvankelijk is voor het appèl.
Hoe relevant is een (niet-)vrije wil? Een ‘vrije wil’ suggereert dat willen het probleem is. Maar is dat zo? Is met de terminologie het probleem wel juist gesteld? Want, wat staat dan/überhaupt op het spel? Of ik vrij ben om te willen wat ik wil? Vraag is wat mij betreft, of bevrijding mogelijk is uit gewoontepatronen in denken en handelen. En zo ja, is dat dan een kwestie van willen? Inzien (in welke patronen mijn denken en handelen is verwikkeld) en loslaten komen veeleer in aanmerking.
De vrijheid van de wil is een theologisch probleem, in het leven geroepen door Augustinus, voor wie het onverteerbaar was dat God iemand zou straffen voor zonden die niet zijn vrije keuze zouden zijn. Dan zou God namelijk onrechtvaardig zijn, - hetgeen natuurlijk niet kan. Dus moeten mensen een vrije wil hebben. Zonder een wrekende God, evenwel, stelt zich het hele probleem überhaupt niet, en wordt de (niet-)vrije wil een academische kwestie, die voor niemand relevant is, - behalve voor degenen die zich het probleem laten aanpraten.
Wat is filosofische bewijsvoering méér dan het ervaringsmatig en argumentatief toetsen en aannemelijk maken van inzichten, en het onderzoeken van hun implicaties en consequenties, door ze op te merken en te evalueren, en dat alles zonder terughoudendheid?
Het bestaan hangt niet af van onze meningen. Wanneer zijn zij méér dan mindbubbles, vruchteloos commentaar, schuim?
Ultieme check voor een filosofische theorie: hoe zij zichzelf binnen haar eigen theorie begrijpt én hoe zij anderen begrijpt die niet tot dezelfde conclusies komen, - is zij ook dan geloofwaardig?
Levensbeschouwingen en religies doen er alles aan om hun kijk op het leven kloppend te krijgen. Maar kan dat wel? Betekent dat niet onvermijdelijk een procrustesbed? – met in het uiterste geval pogingen om het leven zelf kloppend te maken met de visie erop...
.
No comments:
Post a Comment