Monday, January 23, 2012

Week 4

.



Menswaardig leven: hoe er invulling aan te geven is een persoonlijk proces, onherhaalbaar voor anderen, hoezeer thema’s ook op elkaar lijken. Filosofisch de moeite waard is de vraag wat de mogelijkheidsvoorwaarden zouden kunnen zijn voor een menswaardig leven, zowel individueel als cultureel-maatschappelijk, - twee verschillende domeinen die alles met elkaar te maken hebben, maar niet hetzelfde zijn.


Hopeloos leven. De enige toekomst is het leven dat op mij toekomt in het nu. Leven voor de hoop dat het later allemaal goed zal komen is verspilling van leven.


Opruimen is intrinsiek verbonden met wonen. Alleen het wonende dier heeft opruimproblemen.


Voor een zinvol leven is onontkoombaar: een bezinning op de rol en betekenis van bewustzijn. Levenszin is een menselijke vraag en verwijst naar degene die zich de vraag stelt: een wezen met bewustzijn. Zonder bewustzijn geen levenszin.


Leven voor de toekomst. Jammer wanneer je meent dat volledig leven in het hier en nu alleen mogelijk is als het leven anders zou zijn. Wanneer je met pensioen bent, bijvoorbeeld, of na een revolutie, of nog erger: na je dood.


Verveling bestaat bij gratie van het bewustzijn dat het anders kan.


Reis zonder doel. Waarin verschilt menselijk leven van dat van dieren en planten? Dat wij weten dat het geen uiteindelijk of levenoverstijgend doel heeft, en dat we in het reine moeten komen met deze wetenschap, willen we zin houden in het leven, - of er juist in krijgen!


Het lezen van Kant’s Kritiek van de zuivere rede werkt als een geestverruimend middel.


Geest is niet potentie, maar latentie: hij kan zich verschillend ontwikkelen; hij heeft niet slechts aanleg voor maar één bloeiwijze.


Filosofische teksten filosofisch lezen, d.w.z. niet louter ideehistorisch, betekent lezen met de vraag: wat maakt deze tekst mij wijzer over mijzelf als mens en over de wereld waarin ik leef. Wie deze vraag negeert en een filosofische tekst louter als denksysteem probeert te vatten oefent zijn bevattingsvermogen en vergroot zijn geleerdheid met nog meer encyclopedische kennis, maar het heeft niets met filosofie te maken. Of moet ik zeggen wijsbegeerte?


Filosofie vergt dialogisch lezen: niet louter informatief, maar mijzelf in het spel brengend, mij afvragend wat mijn gedachten over het betreffende onderwerp zijn en wat het gesprek met het boek daarin zou kunnen veranderen. En uiteraard ben je in een dialoog geïnteresseerd in wat de ander te zeggen heeft, anders is er geen sprake van een dialoog. Maar dat is evenmin het geval wanneer je zelf niets in te brengen hebt.


Dodelijk voor filosofisch lezen is het academische, pseudo-wijze gebod om gedurende het lezen het eigen oordeel op te schorten. Het komt er juist op aan om het eigen oordeel in te brengen, om het op de proef te stellen en eventueel ook om het in stelling te brengen tegen de tekst, vertrouwend op de eigen twijfel (‘Is dat zo?’). Uiteraard is dit alleen zinvol wanneer men ten volle bereid is om de eigen mening te herzien.


De ervaring leert dat wie eenmaal begint met het eigen oordeel op te schorten, inclusief het negeren van twijfels onderweg, uiteindelijk zelden nog tot een eigen oordeel komt.


Oefening in gehoorzaamheid. Studenten die wordt geleerd om met hun vragen te wachten totdat ze het boek uit hebben, hebben aan het einde geen vragen meer.


Lezen kan een oefening in authenticiteit zijn, mits dialogisch.


Godsdienst zou geen probleem zijn wanneer gelovigen aanspreekbaar zouden zijn op hun menszijn, als hetgeen zij delen met andersdenkenden, en wanneer zij cultureel-maatschappelijk alle ruimte zouden laten aan mensen met een andere levensopvatting. Met andere woorden: wanneer zij niet zouden proberen om het cultureel-maatschappelijke leven tot geloofsartikel te maken, door alles zodanig om te vormen dat ook het dagelijks leven getuigt van vroomheid.


Monotheïstische utopie: voor het ‘ware geloof’ hoef je niet slechts in synagoge, kerk of moskee terecht; het hele leven, ook op straat, in de media en op het werk, is doortrokken van godsdienst, met de bedoeling te werken als een reminder, ja, als een opwekking! In Europa hebben godsdiensten, minstens de inheemse, afscheid genomen van deze utopie, - althans, formeel. Is dat van harte en met overtuiging gebeurd, of noodgedwongen? Gelet op de geschiedenis en op pogingen elders in de wereld blijft er reden tot twijfel. Is algehele transformatie (ook van het cultureel-maatschappelijke leven) niet meegegeven met de geboorteact van de monotheïsmen?


Er lijkt een onverzoenbaar verschil te bestaan tussen een levenshouding die wil afstemmen op het leven zoals het zich voordoet enerzijds, en anderzijds een levenshouding die het leven pas voluit acceptabel acht wanneer het omgevormd is naar hoe het zou moeten zijn.








.

No comments:

Post a Comment