Wednesday, July 18, 2012

Week 29

.



Hoe zou de wereld eruit zien, wat zou er gebeuren met conflicten, hoe zou het er voorstaan met de natuur, ons leefmilieu, wanneer iedereen zijn uiterste best zou doen om van het leven te houden?


Ultieme catastrofilie. Hoe het verstand en de levenslust aan te spreken van mensen die geloven in een Eindtijd? Niets lijkt hen méér de moeite waard dan een rampzalig vooruitzicht. De Eindtijd, - een catastrofiele profetie die zij graag meehelpen waar maken! Elke ramp is welkom. Wat is bestand tegen mensen die het Niets willen? Hoe deze wereldmoeheid, dit nihilisme, deze levensvijandigheid te bestrijden? Is er iets dat hen ervan kan overtuigen om de aarde trouw te worden? Zelfs liefde is geen redmiddel, want zij blijkt anders gericht te kunnen worden, voorbij wat leeft.
Helaas brengt zelfhaat niet alleen de nihilisten om (zeker wanneer zij over massavernietigingswapens beschikken), anders zou collectieve zelfmoord een aanrader kunnen zijn.
(Een Eindtijd lijkt vooral een monotheïstische fantasie te zijn, - een goede reden om te hopen op een nieuwe generatie religies, ervan uitgaande dat religie een onuitroeibaar menselijk fenomeen is.)


Hoe kan mijn geest tot bloei komen anders dan door mij te vormen aan ontmoetingen, gebeurtenissen en nieuwe omstandigheden!


Zich uitverkoren achten is een uitdrukking van minachting voor het leven. Immers, wat zou uitverkorenschap betekenen zonder dat men zich gerechtigd acht om medemensen als minderwaardig te beschouwen?


De fantasie uitverkoren te zijn, Eindtijdverwachtingen, religieus gelegitimeerde levensvijandigheid: het gebeurt allemaal in naam van bovenzintuiglijke onbekendheid. Wie kan hopen op een andere wereld, kan deze wereld laten voor wat zij is, hoeft er niet alles aan te doen om zich te verzoenen met het leven zoals het zich nu voordoet. Het stelt een grens aan veranderingsbereidheid: zowel wat de wereld betreft als zichzelf.


Taakstelling nieuwe metafysica. Hoe het aardse leven zodanig aan te prijzen dat het catastrofiele apocalypse-gelovigen, hiernamaalsfanaten én rücksichtslose consumentisten ervan zal overtuigen om de aarde trouw te worden?


Hoeveel relaties zijn niets dan verhulde kinderwensen? Een man die in zijn geliefde een vervanging zoekt voor zijn moeder, - hij wil aan de borst. Een vrouw die in haar geliefde een vervanging zoekt voor haar vader, - zij wil dat hij voor haar zorgt en haar beschermt. Wat is nodig om aan deze projecties te ontsnappen? Een kind?


De actieradius van creativiteit. Veranderlijkheid serieus nemen impliceert dat het onzinnig is om naar blijvende effectiviteit te streven. Creatieve effectiviteit begint in het moment van de actie, en eindigt meestal snel daarna, met eventueel een doorwerking, maar wat voor zin heeft het om daarop aan te sturen?


Wat in kunst welonderscheiden is (een kunstcriticus en een kunstenaar doen duidelijk verschillende dingen) lijkt in filosofie gemakkelijk door elkaar te lopen.


Waarom zou je je met filosofie bezig houden als het niet helpt om beter te leven, hier en nu, persoonlijk dan wel collectief?


Een filosofie die niet de relativiteit van haar argumentatie in ere houdt, verliest zich in de verabsolutering van een hulpmiddel.


Niet waarheid is het punt - waarheden zijn er vele, en in tal van maten en soorten -, maar waartoe waarheid, met het oog op welke zaak van levensbetekenis?
(Spinoza's Ethica, bijvoorbeeld, kan in menig opzicht waar zijn, maar is zijn streven het mijne? Ben ik uit op hetgeen waarin dit magistrale werk wil inleiden, gemoedsrust? Om maar te zwijgen van de waarheid van het moment die op niets anders uit is dan het bevredigen van nieuwsgierigheid of het voorkomen van verveling, - ik denk aan sociale netwerken zoals Facebook en aan het nieuws van de dag. Waartoe zou ik me ermee inlaten?)


Wanneer een vraag gesteld wordt, is de belangrijkste vraag doorgaans een andere: wat wil je met die vraag? Wat wil hij bewerkstelligen?




.

Sunday, July 15, 2012

Week 28

.




Een courante illusie is dat een mens van nature verantwoordelijk is, - zoals blijkt in opvoeding en in het sociale verkeer. Hij wordt verantwoordelijk gemaakt, door het appèl dat anderen op hem doen, door de vragen die hem worden gesteld over zijn doen en laten, doordat anderen hem laten merken wat zijn gedrag met hen doet. Elkaar met rust laten is funest voor verantwoordelijkheidsbesef.


Onpersoonlijk gezien is de immigrant de verrassende factor in sport, cultuur, politiek en religie, waardoor dreigende voorspelbaarheid en vaste verhoudingen worden doorbroken. En als vreemde is zijn aanwezigheid een welkome aanslag op het ongedachte dat anders onder de aandachtsdrempel blijft.


Is het voldoende dat iemand een actie of bezigheid als zinvol beleeft? Is niet ook een sociale vorm nodig, een inbedding in het cultureel-maatschappelijke leven, een praxis, als vehikel voor objectieve zinvolheid? Kan ‘zinvol’ zonder een poot aan de grond in de wereld?


De universele mens is een individu: wie zou het willen bestrijden, en in naam van wie of wat? Individualiteit is het enige principe dat iedere mens aangaat. Iedereen die dit ontkent bezondigt zich aan een performatieve tegenspraak. Het individu beleeft zich als uniek menselijk wezen: niemand wil inwisselbaar zijn, wil over het hoofd worden gezien als ware hij een niemand, wil worden aangezien voor een ander. Elke filosofie die dit existentiële feit negeert is een leugen, - waarmee ook het verschil is aangegeven met wetenschap, waarin individualiteit überhaupt niet gedacht kan worden.


Niet de doeloorzakelijkheid van idealen of utopieën, vanuit het toekomstige gedacht, maar in het heden transformeren en zich laten transformeren, in relaties, ontmoetingen, gesprekken, gebeurtenissen, situaties. (Wat voor ethos is nodig om dit aan te kunnen, vruchtbaar te maken, en niet te laten ontaarden in gratuite willekeur?)


Filosofie: cruciaal is niet wat ik allemaal weet, maar waartoe, omwille van wat voor leven?







.

Wednesday, July 4, 2012

Week 27, 2012

.




Is de werkelijkheid een orde (inclusief afwijkingen, abnormaliteit en deficiënte modi), maar zie ik die orde niet? Of is de werkelijkheid een enorme, ja oneindige baaierd aan mogelijkheden, waarin ik zelf een (voor mij leefbare) orde dien te scheppen? Of, ook een optie, dien ik simpelweg een bewustzijn te ontwikkelen dat met deze baaierd weet om te gaan?


Is het nagestreefde ethos een kwestie van ontdekken of van uitvinden?
‘Ontdekken’ veronderstelt een te ontdekken waarheid; die waarheid is misschien moeilijk te vinden, maar zij is er. Je kunt dan spreken van ‘leven zoals het bedoeld is’, als zou er een eeuwige ‘essentie’ bestaan, waaraan mensen deelhebben, mits zij zich ontdoen van verwarring.
‘Uitvinden’ veronderstelt mogelijkheden en ruimte voor creativiteit; niets staat vast. Wellicht dat rekening moet worden gehouden met randvoorwaarden (niet alles is mogelijk of wenselijk), maar daarbinnen valt van alles te willen. Menszijn is worden wie je bent, namelijk een worden.


Heb steeds meer het idee dat de mens als ‘minst vastgestelde dier’ in feite de kwestie is. Oftewel bewustzijn, of denktaligheid, - hetgeen menselijke mogelijkheden heeft doen exploderen, ver voorbij wat zgn natuurlijk is!


De berg Sinaï hoger bestijgen. ‘Goden’ zijn een fantastische uitvinding, een met diepe impact, - en voorbeeld van de geweldige creativiteit van mensen! Helaas, zij hebben hun langste tijd gehad. Is de mensheid in staat tot andere uitvindingen, soortgelijk in macht en uitwerking, maar aangepast aan nieuwe omstandigheden, ook wat betreft menselijke (zelf)kennis? Zijn wij in staat tot een uitvinding met toekomst?




.

Wednesday, June 27, 2012

Week 26

.




Cultuur is onderdeel van de menselijke conditie: wij scheppen ons een wereld. Duidingen van ervaringen hebben dan ook niet alleen te maken met hetgeen de persoon in kwestie meemaakt, maar verwijzen ook naar een culturele context, en de rol/waarde die de duiding daarin speelt/heeft. Een ervaring duiden als religieus, bijvoorbeeld, is van een ander gewicht in een cultuur wier discours religieus is, dan in een seculiere cultuur. Zoals een cultuur opgevat kan worden als een overlevingsstrategie, zo kan een beroep op wat dominant is in die cultuur dat ook zijn. Hetzelfde geldt omgekeerd voor kritiek: zij kan worden ervaren als een bedreiging, ook persoonlijk,  - in zoverre het eigen overleven afhankelijk wordt gemaakt van het overleven van de cultuur waarmee men zich identificeert.


Oordeelsvermogen dat zich laat leiden door identiteit is gedreven door angst.


Een wereldbeeld wordt niet beslist op rationele argumenten, maar op instemming vanuit een levensgevoel.


Net als cultuur is filosofie een evolutionaire aanpassingsstrategie.


Hoe groots, diep en uitgewerkt filosofische tradities ook mogen zijn, hoe waar of kloppend zij ooit ook mogen zijn geweest, wanneer de menselijke conditie verandert, ontkomen ook zij niet aan aanpassing, herschrijving dan wel herijking. En als de verandering werkelijk diepgaand is, noopt dit zelfs tot een radicale her-denking.


Filosofieën zijn tijdelijke hypotheses waarin mensen met een passie voor waarheid naar beste weten en met behulp van middelen (wat betreft kennis en ervaring) die dan beschikbaar zijn, pogen zich te verzoenen met de menselijke conditie, welke aan verandering onderhevig is, zij het langzaam.


Passie voor waarheid. Is de rede voldoende om wijsbegeerte te beoefenen? Nee, maar zij is wel het belangrijkste instrument, inclusief twijfel, kritische zin en onderscheidingsvermogen.


Iets kan nieuw zijn in de ogen van anderen, of zelfs in cultureel opzicht, en iets kan nieuw zijn voor iemand persoonlijk, bijvoorbeeld omdat hij zich iets heeft eigen gemaakt (ook al is het algemeen bekend). In het eerste geval kun je spreken van ‘origineel’; in het tweede van ‘oorspronkelijk’, - en is nauw verwant aan authenticiteit.






.

Wednesday, June 20, 2012

week 25

.




Niets blijft, alles is voortdurend in beweging, voortbrengend dan wel destructief. Stap in deze veranderlijkheid, wees creatief en besef dat de scheppingsact reeds een uitnodiging is voor een beweging, waarin het nieuwe door het volgende wordt achtergelaten. Niets blijft.


Kent de natuur een laatste doel? Er is de mens die zich de vraag kan stellen, waarmee hij wellicht ook beantwoord is: alleen voor degene die zich de vraag stelt, bestaat er zoiets als een laatste doel, verder niet.


Contemporain nihilisme: geen kinderen willen, omdat een kind de eigen projecten en het eigen genieten in de weg zou kunnen staan, - aldus het eigen bestaan ontkennend, aangezien de persoon in kwestie natuurlijk zelf ook is verwekt en grootgebracht. (Nihilisme is altijd ergens met zichzelf in tegenspraak.)


Waarom zou ik ruimte laten aan andere ethieken, aan andere antwoorden op levensvragen, aan andere waarheden? Waarom zou ik niet, zoals menig filosoof, aanspraak maken op algemeen geldigheid? Het antwoord ligt voor de hand: omdat mensen verschillend in elkaar steken. Omdat andere sensibiliteiten om andere denkwegen vraagt, en wellicht ook andere wegen dan denken. Omdat menszijn mogelijkheid is. Hoeveel kan nog worden gezegd in de naam van een ‘wij’? 


Het valt niet te negeren: wetenschap heeft tal van onderwerpen overgenomen van de filosofie en onderworpen aan een wetenschappelijk onderzoeksregiem. Het dwingt filosofie tot een herbezinning op haar taak. Wat is het dat filosofie kan (of zelfs moet) en dat wetenschap niet kan? 


Wat is dit leven dat het me nooit met rust laat, dat het me nooit (voor lang) kan laten geloven dat ik het begrijp?
Wat is het in dit leven dat ik alsmaar zoek, en telkens weer meen te vinden, en dan toch weer niet?
Wat is dit leven dat het me telkens in stukken achterlaat, terwijl ’ik’ toch een geheel ben, want doodgegaan ben ik niet?
Wat is dit leven dat het me zo moeilijk maakt om te leven op de golven van het een en ander?
Ware het mogelijk om te leven zonder het bewustzijn van al die seizoenen en wisselingen!
Ware het mogelijk om gewoon te wennen aan wat telkens anders is!
Wat moet ik daarvoor aanspreken, welke kuur of welke verborgen bron?
Wat moet ik daartoe zoeken, welke rots in of buiten mij, of wat voor leegte?
Of zou ik een obstakel in aanmerking moeten nemen, een onnodig houvast dat me in de weg zit naar ruimte, terwijl ik me er reeds in bevind?
Waar is het vertrouwen om in te zinken?


Ik wil het leven niet bezweren met mooie woorden of met begrippen die kloppen.
En toch wil ik het denken.
Ik wil het leven niet vastleggen in schema’s of dimensies, in formules of programma’s.
En toch wil ik het denken.
Ik wil van het leven geen theorie maken, bloedeloos en zonder lijf, noch wil ik het plat leggen, spanningsloos en getemd.
En toch wil ik het denken.
En toch...
Of gaat het (me) om iets anders?


Homeostase. Een filosofische geleerde heb ik nooit willen worden. Wat me drijft is een existentiële queeste: op mijn gemak met mijzelf me thuis voelen in het leven, de wereld, met anderen. Ik neem voor deze queeste de weg van de filosofie, maar niet alleen. En als mocht blijken dat het proces of de uitkomst niet spoort met wat in filosofie gebruikelijk is, het zij zo. Filosofie is niet waar het me primair om gaat.




.

Tuesday, June 12, 2012

Week 24

.




Alledaags is het leven. Zoals ook doodgaan alledaags is. Zoals een worm dood gaat, en een vlieg, zo gaan ook mensen dood. Wat brengt het me om iets anders te willen dan het alledaagse?


Alledaags gaat het leven door. Het doet er alles aan om te overleven. En het plant zich voort; ook daarvoor pleegt het de nodige inspanning. Totdat het stopt in individuele gedaantes, terwijl het wordt voortgezet door anderen, in nakomelingen, in medemensen, en ook in andere levensvormen, zoals bacteriën en schimmels, die zich te goed doen aan een lijk. Wanneer is leven zinloos?


Menszijn heeft een groot en breed potentieel, maar dat potentieel hoeft niet te worden gerealiseerd. Het kan zich ook verliezen in drukte, plichtsbetrachting en verstrooiing. Wat als menszijn niet tot bloei komt? Is dan leven van minder waarde?


Het alledaagse is een door-elkaar zonder reliëf. Om iets anders te willen is een vertikaal nodig, en de wil of behoefte om onderscheid te maken. Zo niet, dan blijft alles zich aaneenschakelen in het vlak van alsmaar ‘en’.


Het alledaagse zou geen probleem zijn wanneer ik me er niet bewust van was. Met dit bewustzijn moet ik méér. Maar wat?


Cultuur, evenals opvoeding en scholing, lijken als voornaamste taak te hebben om verworvenheden op een alledaags peil te laten voortbestaan, in de vorm van gewoontes in denken en handelen: normen, waarden, zeden, gebruiken, referenties, etc, - zolang ze maar als vanzelfsprekend worden gereproduceerd.


Wie in de knoop ligt met zichzelf heeft geen ruimte voor anderszijn in leven en denken. Zeker niet wanneer dit anderszijn zich sterk en met overtuiging manifesteert, - het wordt dan ervaren als bedreiging.


Mensen die menen dat filosofie geheel los staat van de dagelijkse praktijk en daarop geen enkele invloed heeft, zijn ofwel dom en oppervlakkig, of ze maken een grapje. Laten we het op het laatste houden. Als het eerste het geval is, is hun bekendheid met cultuur en geschiedenis dermate laag, dat het weinig zin heeft er tegen in te gaan. Soms is het beter om stupiditeit in de eigen waan te laten.





.

Tuesday, June 5, 2012

Week 23, 2012

.




Als filosoof seksualiteit negeren betekent een missing link creëren, - alsof een levenslijn wordt onderbroken. Het resultaat is een onvruchtbaar blijvend dualisme. Met een veronachtzaamd alledaagse enerzijds en een hyperactieve en vrijzwevende intellectualiteit anderzijds.


Referentiekaders. In Oosterse spiritualiteit wordt de meester onontbeerlijk geacht. Hij (meestal is het een man) stimuleert en frustreert ten goede. In hem moet de volgeling onvoorwaardelijk vertrouwen stellen om verder te komen. In Westerse spiritualiteit staan eerder teksten centraal. Leraren zijn niet onbelangrijk, maar wijsheid of waarheid verwacht men eerder van een juiste interpretatie van teksten. Wat zegt dit verschil? Wel, misschien dat het om geen van beide gaat, maar in de eerste plaats om de innerlijke leraar, of goeroe, zo je wilt. Immers, wie leert in beide gevallen? En wie dient in staat te zijn om welke les of aanwijzing dan ook te ontvangen? Is het dan niet zaak om juist de innerlijke leraar te bekrachtigen en het eigen oordeelsvermogen te versterken en te verfijnen!


Zonder passie zul je nooit aan je grenzen geraken, nodig om te overschrijden.


In Oosterse tradities wordt egoloosheid gepredikt. In het Westen wordt de persoon geheiligd, als ‘iets’ dat niet mag worden gedinglijkt. Is er een verschil? Of is het een kwestie van taalspel?


Ongegrond in seksualiteit. Het is welhaast schokkend om te constateren hoe ongeseksueerd het filosofische denken veelal is. Alsof het leven, en ook de mens, zich zonder lichaam manifesteert. En als er al sprake is van lichamelijkheid, dan lijken voortplanting en alles wat er bij komt kijken volkomen te worden genegeerd of gebagatelliseerd. Vanwaar deze vergetelheid?


Van bewustzijn genieten. Het denken beantwoordt aan een mogelijkheid in de realiteit, een aspect ervan, een dimensie, - geen reden om er moeilijk over te doen, alsof het beter ware dat we niet dachten.


Het denken van het Niets maakt het mogelijk om God te concipiëren: als het ultieme Niets, waardoor het bestaan voluit Alles wordt.


Sleutelen aan de symbolische orde. De belangrijkste taak van filosofie (als creativiteit) is wellicht om aloude levensvragen (telkens) opnieuw te stellen en te onderzoeken, in het licht van nieuwe ervaringen en veranderde omstandigheden (inclusief kennis), om de begrippen en conceptuele schema’s te her-denken waarin dat onderzoek gebeurt, en om eventueel nieuwe te creëren, om aldus een nieuwe conceptuele ruimte te laten ontstaan die het mogelijk maakt het gemoed op te ruimen en zich thuis te voelen in een veranderende wereld als menselijke conditie.


Niet de vrije wil wil ik per se hoog houden (prima als blijkt dat alles causaal bepaald is; daar heb ‘ik’ geen last van). Wel heb ik er moeite mee wanneer gedaan wordt alsof het eerste persoonsperspectief irrelevant is. Waarom zou ik doen alsof mijn beleving een illusie is? Hoe zou ik überhaupt kunnen?


Een perspectivische benadering van waarheid betekent een modern subjectief standpunt innemen: wat heeft een theorie, een levensvisie of een filosofie mij te zeggen? Wat kan ik ervan leren over leven en wereld zoals ik die beleef? Hoe kunnen zij bijdragen aan mijn zelfverstaan als mens? Dergelijke vragen zijn eigentijds gesteld, en contrasteren in hun formulering reeds met de wijze waarop menig levensvisie in het verleden werd opgesteld: als poging om dé waarheid te spreken. (Misschien werd toen de poging betwist, maar niet de inzet, nl de waarheid.) Perspectivisme maakt in de act zelf reeds een verschil met het denken waar het zich op betrekt (wanneer het een vroegere levensvisie recht wil doen), en wel door een waarheidsaanspraak tot een perspectief te transformeren.


Filosofisch belangrijker dan consistentie is integriteit: in overeenkomst denken met mijzelf, - wat het ook moge zijn.


Het plezier van opvoeden. Zo’n wonderlijk gevoel om in het leven van een beginnende mens telkens weer iets nieuws te mogen introduceren, hem er mee kennis te laten maken, hem stukje bij beetje in te wijden in de wereld en het leven. Zoals een voetbalwedstrijd van het nationale elftal op het EK, - een banaliteit, zou je kunnen zeggen, zeker wanneer ‘we’ verliezen, maar niet in zijn beleving.





.