Monday, April 16, 2012

Week 16

.



Levenskunst, en zo ja, welke? Zoals er vele soorten kunst zijn, en ook kunst die anderen niet aanspreekt, of die zij zelfs geen ‘kunst’ zouden noemen, zo heb je ook verschillende soorten levenskunst. Veel zal afhangen van de persoon, zijn levensgevoel, temperament en levensfase. De levenskunst waar ik me bij thuis voel is van iemand die leeft met de vraag hoe te leven, die vraag uithoudt, en het vaak weer niet weet, - als pad.


Condicio sine qua non voor levenskunst: houden van het leven. Een onvoorwaardelijke liefde, - en haar onvoorwaardelijk willen!
Niet iedereen leeft vanuit een bevestiging van die wil. Schopenhauer, bijvoorbeeld, - iemand die het leven liever kwijt was dan rijk. Ik vraag me af of hij veel op had met levenskunst. Zijn vraag was eerder: hoe overleef ik het leven? Als je dan toch geen zelfmoord wilt plegen, hoe houd je dan dat driftmonster, leven geheten, zoveel mogelijk op afstand, om het draaglijk te houden, - levenskunst?


Levenskunst, die van de wilde wijsgeer, - iemand die last heeft van zijn bewustzijn, niet ontkomt aan vragen, twijfels en onderzoek, en die deze last omvormt tot een permanent op-weg-zijn, het leven beamend, nieuwsgierig, speels en zo mogelijk, creatief.
En er blijkt reden te zijn om het bewustzijn, en met name het denken, niet met rust te laten. De neiging bestaat namelijk om de werkelijkheid te beperken tot wat denkbaar is, om aldus het leven ‘op orde te brengen’, en wel volgens de instrumenten van het discursieve denken: begrippen, denkpatronen, ideeën, redeneringen, - alsof het leven eerst door een denkgemaal moet, om het in bevaarbare banen te leiden.
Het fixerende denken denkend open wrikken, en open houden, om het leven lucht te geven! – kan dat?


Gewoontes: het voordeel ervan – namelijk dat zij mijn doen en laten sturen zonder dat ik erbij hoef na te denken – is ook hun nadeel: zij blijven doorwerken, ook wanneer ik ondertussen anders zou willen. Met name in denken. Ik heb nog niet meegemaakt dat denkgewoontes zich vanzelf wijzigden. Zij vergen een bewuste actie, en langzame gewenning aan nieuwe. Ik heb lezen en gesprekken nodig, en schrijven, om mijn innerlijke huishouding te reorganiseren.


Wanneer Aristoteles beschouwd kan worden als de eerste grote systematische wetenschapper, en wel door het vooropstellen van de waarneembare werkelijkheid en door ‘zijn onvermoeibare drang tot classificeren’, en wanneer men zegt dat hij ‘waarschijnlijk niet alleen de grootste filosoof aller tijden was, maar ook degene met de meeste invloed op de loop van de westerse beschaving’, met een nauwelijks te overschatten belang en invloed, die ‘ook nu nog relevant is’, dan is Aristoteles dus degene die een cruciale rol heeft gespeeld in de westerse neiging om alle vertrouwen te stellen in het categoriserende denken. Alsof slechts werkelijk is in zoverre denkbaar.


Ontologie gaat kennelijk over de vraag wat werkelijk is en wat niet, en of er sprake is van verschillende soorten of graden van werkelijkheid. Hoezeer zitten wij wat dat betreft nog vast aan het denken in termen van ‘substantie’, ‘essentie’ en ‘attributen’, zoals ooit door Aristoteles in het leven geroepen? En wat staat er op het spel met de ontologische vraag?


Op hun best werken filosofen als geestverruimend middel, zonder dat er een pil bij komt kijken, louter door hun denkkracht, door de visie die zij ontwikkelen, de uitzichten die zij mogelijk maken, en vooral door hetgeen zij denkbaar maken, en daarmee ervaarbaar, - een welkome verstoring van mijn mentale comfortzone, met vaak verrassende uitwerking in de praktijk: het alledaagse met andere ogen zien, opgefrist en verruimd met nieuwe mogelijkheden. Immers, wat we als werkelijkheid ervaren, wordt sterk bepaald door wat we voor mogelijk houden, en mogelijkheid is een categorie van het denken.



Levenskunst is meer dan een ethiek; zij vertrekt vanuit een ontologie: een visie op wat iemand voor werkelijk én mogelijk houdt. Deze visie is bepalend voor iemands ethiek, - nl wat nodig is om het mogelijke werkelijkheid te laten worden.


Illusies. Wetenschap levert geen antwoorden op levensvragen, maar kan worden aangewend als correctief op wat wij (abusievelijk) voor werkelijk, mogelijk en wenselijk houden, op onwetendheid, op onhaalbaar wensdenken.


Moet het categoriserend denken bestreden worden met denken (in de vorm van kritiek bijvoorbeeld, subversief, met humor, of in een filosofische guerrilla)? En kan dat überhaupt wel? Is het niet effectiever om ‘er onder’ te gaan zitten (in meditatieve praktijken bijvoorbeeld)?


Wat is er gaande? In het nu is de actualiteit, is wat wordt, - een evidentie waar ik nog wel eens aan voorbij leef. Het nu gebeurt. Zo ook creativiteit: scheppen is het gebeurende nu. Al wat leeft verkeert in dit proces. Wanneer het gebeurende nu ophoudt, is de dood ingetreden, of tot louter gedachte geworden, - een woord in de voltooid verleden tijd.





.

No comments:

Post a Comment