Sunday, December 30, 2012

Week 52

.




Waarom levenslessen, voornemens, idealen en projecten zo gemakkelijk kunnen wegzakken: het alledaagse leven is niet zo reflexief. Basaal is het leven het zelfs helemaal niet. Vernieuwing, of verandering, wordt dan afhankelijk van gewoontevorming. Gewoonten in denken en handelen. Met of tegen de gewoontes in die in het leven worden geroepen – telkens weer en ongemerkt - door omstandigheden, materiële en andere, - de infrastructuur van geestelijk leven, of het gebrek eraan: onze gesitueerdheid als gewoontevormer.


Intensiteit. Ik heb weet van de macht der gewoonte. Wanneer ik anders wil leven en niet bewust iets doe aan sinds lang ingesleten gewoonten, dan komt er niets van terecht. Of minimaal. Of uiterst langzaam. Of slechts bij toeval, doordat omstandigheden zozeer wijzigen dat zij tot verandering dwingen.


Het bestaan, inclusief bewustzijn, is geen totaliteit waarop ik greep kan krijgen (als stond ik erbuiten), maar een open veld om oneindig in te bewegen, waarin ik kan laten gebeuren, en die uitnodigt tot scheppen.


De werkelijkheid op zich. Zij kan wel wetenschappelijk worden onderzocht op wetmatigheden, maar dat maakt de werkelijkheid nog niet wetmatig van aard. Wat is de ontologische status van wetmatigheden? Liggen zij ten grondslag aan de werkelijkheid? En hetzelfde geldt voor verhalen en filosofische analyses: naar wat of wie verwijzen zij? Of is het beter te zeggen: waar geven zij blijk van? Van welke menselijke capaciteit, zonder dat daarmee iets gezegd is over de werkelijkheid op zich?






.

Thursday, December 27, 2012

Week 51

.



Als verandering en creativiteit elkaar impliceren, dan betekent het ook dat vruchten van creativiteit een beperkte houdbaarheidsdatum hebben: zo vernieuwend als ze ooit waren, zozeer zullen ze op hun beurt gaan behoren tot de gevestigde orde, rijp om te worden achtergelaten en voorbijgestreefd door volgende vernieuwingen.


Niet leven en werken voor een eeuwige erfenis, maar optimaal werkelijk willen zijn in het heden!


Heidegger en zijn-ten-dode. Ik kan me niet herinneren dat angst voor de dood mij ooit heeft getriggerd. Wel dood gaan, maar niet dood zijn. En breder: vergankelijkheid. De angst die het besef van vergankelijkheid met zich mee brengt; ik weet dat deze angst allerlei spellen met me speelt, m.n. om de vergankelijkheid van wat mij dierbaar is te bezweren. Dat is voor mij iets anders dan de angst voor de dood. (En als het om de dood gaat, dan is eigenlijk de enige dood die ik vrees de dood van mijn zoontje; ik zou liever zelf dood gaan, dan zijn dood meemaken.)
Zolang ik me herinner, heb ik de dood als natuurlijk onderdeel van het leven gezien. Ik kan me het leven gewoon niet anders voorstellen dan als eindig. Waarom er dan een punt van maken? Leef liever, en zo intens mogelijk, zonder onnodige angsten, zoals die voor de dood.
En waar het gaat om intens of ‘eigenlijk’ leven: voor mij werken ingrijpende gebeurtenissen (‘evenementen’) en gebeurtenissen die me doen lijden (m.n. gescheiden worden van wat of wie ik liefheb) uiteraard als aanleiding om mij af te vragen hoe ik wil leven. Maar ook zonder zo’n aanleiding houdt het me bezig. Eigenlijk is de vraag ‘hoe te leven’ nooit ver weg in mijn dagelijks leven; daar heb ik de dood niet voor nodig.






.

Wednesday, December 26, 2012

Week 50

.




Zijn leefregels nodig om menswaardig te leven? We zitten met een erfenis van Rousseau die meende dat de mens van nature goed is, en dat die natuur alleen maar gecorrumpeerd kan raken, met name door cultuur en politiek. Als we ons van deze bedervende invloeden bevrijden, dan komt alles goed, want van nature zijn we goed. Ont-ketening, oftewel ‘emancipatie’, zou voldoende zijn om als mens tot volle bloei te komen. De vraag is: is het zo simpel? Is negatieve vrijheid (zich bevrijdend van hinderende factoren en schadelijke invloeden) voldoende om als mens optimaal te leven? Zijn we niet eerder een ruwe diamant die Bildung en cultivering nodig heeft om te worden geslepen tot een schitterende diamant? M.a.w. is, behalve die negatieve vrijheid, niet ook nog een cultivering nodig, om ons iets positiefs te laten doen met onze mogelijkheden?


Slachting in basisschool, Newtown, Connecticut (VS): twintig 6- en 7-jarigen vermoord, plus zes volwassenen. De enige zinvolle vervolgvraag lijkt me: waar is dit een symptoom van? Wat voor maatschappij produceert massamoordenaars – deze slachting is niet de eerste – die het zelfs gemunt hebben op kleine kinderen?






.

Tuesday, December 25, 2012

Week 49

.




De vraag van levenskunst: menszijn is één ding, maar wat maakt mijn leven menswaardig?


Zoals de ‘werkelijkheid’ meer en eerder is dan wat er wetenschappelijk over gezegd kan worden, zo geldt dat uiteraard ook voor ons: wij zijn ‘meer’ dan we denken.





.

Monday, December 3, 2012

Week 48, 2012

.





Cultuur, in moderne, verlichte zin, is een permanent debat over wat cultuur is. En dat geldt ook voor politiek, filosofie, spiritualiteit en kunst.


Wie leert leven vanuit ‘voor wat hoort wat’, en dingen alleen doet omwille van iets anders (geld, aanzien of macht bijv), zal het verleren om intrinsiek gemotiveerd te leven en te werken, zal vervreemden van het eigen waarheidsgevoel en uiteindelijk zijn menswaardigheid verliezen.





.

Tuesday, November 27, 2012

Week 47

.


  

We hebben een metafysica nodig die het opneemt voor de aarde, - als liefdesverklaring aan het leven, aan de wereld, aan onszelf, om de mensheid te behoeden voor zelfvernietiging, door mateloze consumptie en onachtzaamheid.


Vriendschap, is dat niet: graag in elkaars gezelschap verkeren, wensen dat iemand er is!


Kritisch zijn: kun je iemand nog serieuzer nemen!


Het unieke van het individu, moet dat gezocht worden in een eigenschap, een vaardigheid of een talent, in een of ander ‘iets’ dat anders is in vergelijking met anderen? Is het niet simpelweg gelegen in het feit dat ik het mijne beleef en dat niemand dat in mijn plaats kan doen?


Kan kunst een spirituele weg zijn, zoals filosofie en liefde dat ook kunnen zijn? – als andere wegen voor verschillend geaarde mensen.






.

Saturday, November 24, 2012

Week 46

.




Zoals kinderen door vragen en nieuwsgierigheid de wereld leren kennen, zo zou je filosofie op kunnen vatten als een voortgezette zoektocht naar een gebruiksaanwijzing bij het leven.


Kant herlezen. Zou ik mij bezig moeten houden met metafysica, als daarmee bedoeld wordt: betrokken op een (mogelijke) werkelijkheid die de onze transcendeert?
Mij interesseert de wereld zoals ik die alledaags meemaak, met bijzondere aandacht voor het spanningsveld tussen beleving enerzijds en objectiverend denken anderzijds. Buiten dit spanningsveld gaat mijn interesse eigenlijk niet, wat de werkelijkheidsvraag betreft.
Of er een ‘bovennatuurlijke’ werkelijkheid bestaat, is geen vraag die me bezig houdt; en dat geldt ook (het bestaan van) een God of ‘iets’ goddelijks.
Vrijheid blijft een relevant thema, maar heb je daar een noumenale werkelijkheid voor nodig, zoals Kant meent? En ‘ziel’ zou interessant kunnen zijn, als belevingsconcept; maar als ziel ‘iets’ betreft dat moet kunnen voortbestaan, dan dooft mijn aandacht.
Nog zo’n metafysische kwestie: de kosmos en de tijd. Van belang? Ik heb het nog niet kunnen ontdekken. Hoe de kosmos is ontstaan, en of hij eeuwig is of niet, zijn geen vragen die mijn belangstelling wekken. Ook niet als existentiële kwestie. Ik zie de relevantie niet om je er druk over te maken, behalve uit nieuwsgierigheid. Geen mens is er bij geweest, en ik zou niet weten hoe je ooit zekerheid omtrent het eventuele ontstaan van de kosmos zou kunnen krijgen. Wetenschappelijk is het onderwerp van onderzoek, prima, en zoals dat gaat in wetenschap: er wordt een theorie hooggehouden tot nader orde, - niet iets om je op te baseren dus.
Heb sterk het vermoeden dat de kwestie van het ontstaan van de kosmos in het leven is geroepen om andere redenen dan de kwestie zelf, en wel om een soort godsbewijs te leveren, of om mensen in verlegenheid te brengen over deze zogenaamd belangrijke vraag, waarna een godsdienstig antwoord uit de toverhoed wordt gehaald, om begoochelden vervolgens van nog veel meer te kunnen overtuigen.
Maar wat als het kosmische ontstaan een non-issue is? - niet van belang voor het dagelijks bestaan, noch voor de zinvraag, en evenmin voor het bewustzijn dat zichzelf serieus neemt.
En dat geldt evenzeer voor andere transcendente kwesties. Waarom zijn ze überhaupt een kwestie?
Is de aandacht voor het transcendente niet eerder een teken van een tekort aan denken, al dan niet gecombineerd met een ongelukkig bewustzijn?




.