Thursday, December 27, 2012

Week 51

.



Als verandering en creativiteit elkaar impliceren, dan betekent het ook dat vruchten van creativiteit een beperkte houdbaarheidsdatum hebben: zo vernieuwend als ze ooit waren, zozeer zullen ze op hun beurt gaan behoren tot de gevestigde orde, rijp om te worden achtergelaten en voorbijgestreefd door volgende vernieuwingen.


Niet leven en werken voor een eeuwige erfenis, maar optimaal werkelijk willen zijn in het heden!


Heidegger en zijn-ten-dode. Ik kan me niet herinneren dat angst voor de dood mij ooit heeft getriggerd. Wel dood gaan, maar niet dood zijn. En breder: vergankelijkheid. De angst die het besef van vergankelijkheid met zich mee brengt; ik weet dat deze angst allerlei spellen met me speelt, m.n. om de vergankelijkheid van wat mij dierbaar is te bezweren. Dat is voor mij iets anders dan de angst voor de dood. (En als het om de dood gaat, dan is eigenlijk de enige dood die ik vrees de dood van mijn zoontje; ik zou liever zelf dood gaan, dan zijn dood meemaken.)
Zolang ik me herinner, heb ik de dood als natuurlijk onderdeel van het leven gezien. Ik kan me het leven gewoon niet anders voorstellen dan als eindig. Waarom er dan een punt van maken? Leef liever, en zo intens mogelijk, zonder onnodige angsten, zoals die voor de dood.
En waar het gaat om intens of ‘eigenlijk’ leven: voor mij werken ingrijpende gebeurtenissen (‘evenementen’) en gebeurtenissen die me doen lijden (m.n. gescheiden worden van wat of wie ik liefheb) uiteraard als aanleiding om mij af te vragen hoe ik wil leven. Maar ook zonder zo’n aanleiding houdt het me bezig. Eigenlijk is de vraag ‘hoe te leven’ nooit ver weg in mijn dagelijks leven; daar heb ik de dood niet voor nodig.






.

No comments:

Post a Comment