Saturday, November 24, 2012

Week 46

.




Zoals kinderen door vragen en nieuwsgierigheid de wereld leren kennen, zo zou je filosofie op kunnen vatten als een voortgezette zoektocht naar een gebruiksaanwijzing bij het leven.


Kant herlezen. Zou ik mij bezig moeten houden met metafysica, als daarmee bedoeld wordt: betrokken op een (mogelijke) werkelijkheid die de onze transcendeert?
Mij interesseert de wereld zoals ik die alledaags meemaak, met bijzondere aandacht voor het spanningsveld tussen beleving enerzijds en objectiverend denken anderzijds. Buiten dit spanningsveld gaat mijn interesse eigenlijk niet, wat de werkelijkheidsvraag betreft.
Of er een ‘bovennatuurlijke’ werkelijkheid bestaat, is geen vraag die me bezig houdt; en dat geldt ook (het bestaan van) een God of ‘iets’ goddelijks.
Vrijheid blijft een relevant thema, maar heb je daar een noumenale werkelijkheid voor nodig, zoals Kant meent? En ‘ziel’ zou interessant kunnen zijn, als belevingsconcept; maar als ziel ‘iets’ betreft dat moet kunnen voortbestaan, dan dooft mijn aandacht.
Nog zo’n metafysische kwestie: de kosmos en de tijd. Van belang? Ik heb het nog niet kunnen ontdekken. Hoe de kosmos is ontstaan, en of hij eeuwig is of niet, zijn geen vragen die mijn belangstelling wekken. Ook niet als existentiële kwestie. Ik zie de relevantie niet om je er druk over te maken, behalve uit nieuwsgierigheid. Geen mens is er bij geweest, en ik zou niet weten hoe je ooit zekerheid omtrent het eventuele ontstaan van de kosmos zou kunnen krijgen. Wetenschappelijk is het onderwerp van onderzoek, prima, en zoals dat gaat in wetenschap: er wordt een theorie hooggehouden tot nader orde, - niet iets om je op te baseren dus.
Heb sterk het vermoeden dat de kwestie van het ontstaan van de kosmos in het leven is geroepen om andere redenen dan de kwestie zelf, en wel om een soort godsbewijs te leveren, of om mensen in verlegenheid te brengen over deze zogenaamd belangrijke vraag, waarna een godsdienstig antwoord uit de toverhoed wordt gehaald, om begoochelden vervolgens van nog veel meer te kunnen overtuigen.
Maar wat als het kosmische ontstaan een non-issue is? - niet van belang voor het dagelijks bestaan, noch voor de zinvraag, en evenmin voor het bewustzijn dat zichzelf serieus neemt.
En dat geldt evenzeer voor andere transcendente kwesties. Waarom zijn ze überhaupt een kwestie?
Is de aandacht voor het transcendente niet eerder een teken van een tekort aan denken, al dan niet gecombineerd met een ongelukkig bewustzijn?




.

No comments:

Post a Comment