Wat zegt het over menszijn dat we discipline nodig hebben,
willen we (blijven) doen wat we werkelijk willen?
Is godsdienst de glorie van het intuïtieve weten? En wanneer
dat weten uitkristalliseert in kennis en zichzelf bewust wordt als fase in de
culturele evolutie van menselijk leven, wat gebeurt er dan met godsdienst?
Blijft er dan nog iets van over, behalve (hardnekkige) residuen?
Conceptuele crisis.
Leven we op een breukvlak? Zal de komende eeuw radicaal verschillen van
afgelopen eeuwen, of is er slechts sprake van een gradueel verschil met eerder?
(Gelet op ontwikkelingen in de wetenschap, op economische globalisering en
geopolitieke aardverschuivingen, en op veranderingen in de wereld van
communicatie en technologie, met onvoorzienbare gevolgen voor het dagelijks
leven.) Is het eerste het geval, dan is de vraag wat we nog van het verleden
kunnen leren. Zijn dan niet alle parameters zodanig aan het verschuiven, dat
een algehele heroriëntatie nodig is, inclusief de noodzaak van nieuwe concepten
die het veranderde denkbaar moeten maken? En zelfs als niet alles schuift, hoe
weten we dan wat hetzelfde blijft?
Zou het kunnen dat zich in de massieve declassering van
menselijk streven als ‘ego’ (in Oosters denken) een premoderne opvatting van menszijn meldt, die wij Westerlingen
door de afstand in cultuur ten onrechte buitengewoon serieus nemen? En als dat
zo is, wat verandert de ik-zeggende individualiteit (als exponent van het
moderne tijdperk) dan aan de boodschap van, bijvoorbeeld, het Boeddhisme?
Levenszin. Er zin in
hebben is geen resultaat, maar een besluit.
.
No comments:
Post a Comment