Monday, December 19, 2011

Week 51, 2011

.

Vandaag, maandag 19 december, trouwdag van mijn ouders, meer dan een halve eeuw geleden. Dankzij hen kan ik zeggen: ik leef! Joepie! Dank jullie wel, van harte!



Te bestaan is definiërend voor het goede als kwalificatie:
wat is bevorderlijk voor bestaan, wat werkt het tegen.
Het leven vieren in creativiteit, in welke vorm ook, - mijn grootste vreugde.
En gretig het leven leven, in exuberantie!
Alleen mogelijk door lijden onder ogen te zien.



Filosofie en wetenschap. Er is wetenschappelijk vastgesteld dat de aarde om haar as draait en om de zon, en er is geen reden om dit gegeven te betwijfelen, maar het zegt niet alles. Wanneer we nadenken over de vraag wat het betekent om op aarde te leven, ontkomen we niet aan onze dagelijkse beleving, waarin de zon ’s ochtends ‘opkomt’ en ’s avonds weer ‘ondergaat’; onze lichamelijke existentie is hierop ingesteld, en dat is uitgangspunt. Wat voegt het wetenschappelijke weten hieraan toe? Hoe heeft dit weten de dagelijkse beleving beïnvloed? Wat heeft die dagelijkse beleving, gecombineerd met dat wetenschappelijke weten, te betekenen voor mij als mens? Filosofie vraagt naar levensbetekenis.



Leven vanuit een diepe acceptatie van het leven: hoe anders ziet de wereld er dan uit, anders dan wanneer ik uitga van hoe het leven zou moeten zijn!



Een schanddadig geworden ideaal. Celibaat heeft alleen betekenis wanneer het collectief functioneel is: in een samenleving waarin opoffering wordt gewaardeerd door anderen voor wie je het doet, als onderdeel van een gemeenschapsbrede taakverdeling. Zoals onvruchtbaar blijvende darren in een bijenkolonie, maar dan met wat meer bewustzijn: je kunt ervoor kiezen of niet. In een geïndividualiseerde samenleving blijft slechts het spirituele ideaal over van de persoon in kwestie, en dat is veel te weinig, ter compensatie, om moedwillig tekort te doen aan de vitale functie bij uitstek: voortplanting.



Waarom zou ik mij in de methodologie van een filosoof (bijvoorbeeld Spinoza of Kant) verdiepen en er het fijne van willen weten, wanneer zijn doelstellingen niet de mijne zijn? Ik zou er methodisch door kunnen leren denken, maar tot hoever? Is het daarvoor nodig om de finesses van een willekeurige methode in de vingers te krijgen? Waarom zou ik mij gewennen aan een werkwijze die nooit de mijne zal worden? Infecteert zo’n gewenning niet de denkhuishouding, terwijl het resultaat ongewenst blijft? Alsof je perfect leert om vlees te bereiden, terwijl je vegetariër bent.



De valkuil van elke methode blijft: uit het oog verliezen waartoe een weg gevolgd wordt. Om welk doel of ervaring te bewerkstelligen?



De (al dan niet) vrije wil is een non-issue, en alleen als academische kwestie interessant, - het speeltje van neurologen met een te grote mond. In het dagelijks leven vraag ik mij nooit af of de keuze waar ik voor sta vrij dan wel gedetermineerd is. (En ik ben nog niemand tegen gekomen die zich dat wel afvraagt.) Ik kies. Punt. Ik probeer rekening te houden met voors en tegens, met motieven en gevolgen, etc. Maar wat ik mij niet afvraag is wat de ontologische status is van mijn keuze; waarom zou ik? Hoe zou ik rekening kunnen houden met een mogelijke uitkomst van die vraag? En wat in de praktijk geen verschil maakt is vanuit een pragmatische opvatting van waarheid een irrelevant thema; zo’n thema is de (niet-)vrije wil.



De vrije wil is een idealiserend concept, uitgaande van een gehoopte mens, - een miskenning van het leven zoals het zich voordoet.



De ontkenning van de vrije wil is even pathetisch als de strijd tegen het Godsgeloof: wie wil er nu leven in een ontkenning? Zorg voor een alternatief voorbij de tegenstelling!



Het opmerkelijkste aan de discussie over de (niet-)vrije wil is haar populariteit: waarom wil men zo graag horen dat men niet vrij is?



Het is ongelofelijk hoe vaak ik in cursussen en andere filosofische bijeenkomsten hetzelfde pseudo-intellectuele gezeur over de (niet-)vrije wil heb moeten aanhoren, met ook telkens dezelfde voorbeelden, gelezen in zich alsmaar herhalende populaire artikeltjes. Het meest irritante is nog dat de neurologisch opgeleukte babbels geen enkele consequentie hebben voor het leven van de persoon in kwestie, - behalve dat men er weer een cerebraal speeltje bij heeft voor aan de borreltafel.



Filosofisch is wetenschap van belang als correctief, meer niet. Feiten waarop ik mij baseer voor mijn levensvoering kunnen niet kloppen, - hetgeen blijkt in wetenschappelijk onderzoek.



Wetenschap heeft niets te melden dat voor mij van levensbetekenis is, behalve wanneer ik mij afvraag wat uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek voor mij als mens te betekenen hebben, maar daartoe is een existentiële vertaalslag nodig, - waardoor er geen sprake meer is van wetenschap.



Ding an sich. Alles wat wetenschap onderzoekt verandert in een object; ik ervaar mijzelf niet als een object.



Levensvragen kunnen wetenschappelijk onderzocht worden, maar zijn dan geen levensvraag meer.



Wij mensen hebben een onuitputtelijk potentieel aan vrijheid, creativiteit en medemenselijkheid. Dit potentieel exploreren en tot bloei brengen: dat zou agendapunt # 1 moeten zijn van levenskunst en cultuur. Plus verzet tegen pogingen om het potentieel te smoren of klein te houden.



De mens is een oefenend wezen. Met een levenskunstige bril op kan alles in het dagelijks leven tot een oefening worden.



Ik realiseer me dat schrijven nodig is, als zelfcoaching, wanneer ik mijn permanente educatie zelf ter hand wil nemen (in plaats van anderen in de arm te nemen): om na te denken, mijzelf uit te schrijven, gevoelens tot spreken te brengen, in dialoog te gaan met mijzelf, met mijn patronen in denken en handelen, te evalueren, reminders te creëren, e.d., - een eindeloze taak.



In een democratie met functionerende instituties is het onzinnig om nog langer te denken in termen van revolutie: alles opnieuw, alles anders. Wat des te meer van belang is: tegenmacht. Om ruimte te houden voor menswaardigheid. Daartoe is het zaak weerstand te bieden aan de kolonisering van de leefwereld door het economische denken, in termen van nut en efficiëntie, van winst en verlies, van consumptie en productiviteit. (Het is absurd dat ik als huurder van een woning tegenwoordig een ‘woonconsument’ heet te zijn, en als een patiënt een ‘zorgconsument’.) Er is niets mis met het bedrijfsleven en het is begrijpelijk dat het zijn macht zoekt uit te breiden, maar dat betekent nog niet dat het hele leven er onderdeel van zou moeten worden. Integendeel. Tegenmacht, dus, nodig om mijn leven meer te laten zijn dan dat van een economisch subject. Vandaar het vitale belang van domeinen als kunst, filosofie en spiritualiteit. Evenals liefde en vriendschap.



Religie en wetenschap. Helaas, wetenschap is in het nadeel met godsdienst in de wedstrijd om geloofwaardigheid. En dat is niet verwonderlijk. Beide brengen ons buiten onszelf: godsdienst door de aanhangers te laten geloven in een bovennatuurlijke werkelijkheid; wetenschap door alles van buitenaf te bekijken en tot onderzoeksobject te maken, inclusief de mens. Het verschil is dat een bovennatuurlijke werkelijkheid vanuit de eigen innerlijkheid vertrekt, zich verheffend in dromenland. Als object, daarentegen, word ik mijzelf tot een vreemde: een becijferde grootheid, onderdeel van statistieken, een conglomeraat van stofjes, reacties en formules die ik nooit heb ervaren. Seculiere spiritualiteit moet het dan ook niet hebben van wetenschap, maar van innerlijkheid die aards blijft en die de verleiding weerstaat om de vluchtroute te nemen naar een andere wereld, - ook al is dat minder comfortabel en biedt het minder gelegenheid tot dromen.





.

No comments:

Post a Comment