Sunday, August 19, 2012

Week 33

.




Wat is het leven méér dan het banaal uitzitten ervan: de levensfuncties zo goed mogelijk vervullen, af en toe een verzetje, de boel opleuken, etc?
Kan het méér zijn?
Moet het méér zijn?
Anderen helpen? Okay. Maar behalve hen helpen wanneer in directe nood (belangrijk), wat méér? Waartoe?
Om hen te helpen net zo banaal te gaan leven als degenen die niet in nood leven?
Omwille van welvaart en rijkdom? Boven een redelijk minimum heeft het vergaren van middelen me nooit kunnen boeien. Waarom me er dan aan wijden en anderen erbij helpen? Waarom me inzetten voor welvaartsbevordering wanneer het voor mezelf geen prioriteit is?
Interessanter is wat er met middelen anders gedaan kan worden dan zwemmen in persoonlijk welzijn.



Vaak lijken we te druk, óf met overleven, óf met het vergaren van welvaart en middelen ter bevrediging van de behoefte aan geluk, óf met aangenaam tijdverdrijf, - te druk om de banaliteit van alles in te zien. Geluk? Wat voor geluk?


De gek die schijnbare onzin uitkraamt over het leven dat niet deugt en de verveelde burger die niet verder komt dan gebabbel, - ze zouden wel eens meer met elkaar te maken kunnen hebben dan op het eerste gezicht lijkt: de treurigheid van het alledaagse leven.


Waartoe mijn leven? Natuurlijk voor mijn dierbaren, maar méér dan dat? (En ook dan: wie denkt nog aan zijn gestorven grootouders?) Wat is mijn inspanning waard?


Ik breng in de openbaarheid wat ik als belangrijk ervaar, opdat ik elk moment kan dood gaan.


Ontwikkeling is niet consequent. Wie per se consequent wil zijn, staat zich geen ontwikkeling toe.


Poëzie mag zo onredelijk zijn als mijn beleving, en meer nog: wat zou het leven zijn zonder?


We laten ons zo vaak beetnemen door het poëtische moment van behoeften en verlangens: wat is een goede reden om de magie ervan door te prikken en aan de schandpaal der illusies te nagelen?


Wanneer hoef ik me niet meer druk te maken over of me bedreigd te voelen door andersdenkenden? Wanneer ik inzicht heb ik mijn eigen motieven, intenties en doeleinden. Zolang ik slechts intuïtief weet wat ik wil, zal ik in de emotie schieten wanneer ik me bedreigd voel in wat voor mij belangrijk is, zonder expliciet te weten waarom.


Spiritualiteit is het soigneren van datgene wat ons tot mens maakt, nl ons bewustzijn.



Het wonder: ik, mens, zie juist niet overal bewustzijn (zoals ik dat zelf ervaar).


Mogelijkheid. Wij bewegen ons niet in een bewuste ruimte, met dieren en planten die slechts beperkt deel hebben aan die bewustheid. De ruimte zoals wij die ons bewust zijn, is een creatie van het menselijk bewustzijn.


In welke positie moet ik mij zetten om het te doen lijken dat het licht van elders komt?


De mens heeft er millennia over gedaan om geest geboren te laten worden, als mogelijkheid van zijn organisme. Daartoe heeft hij zich zelfs lange tijd tegen het lichaam moeten keren, als tegenmacht, waarop geest veroverd diende te worden.


God is een zelfstimulatie van (en voor) menselijk bewustzijn.


Om iets te zien moet de lichtbron uit het zicht verdwijnen. Zegt dat iets over bewustzijn en de fenomenen die het in het leven roept?


Het ding-op-zich is een niets dat de mogelijkheid biedt tot telkens andere kenwijzen.


Mijn gewoontes, en dus ook mijn levenshouding, zijn niet per se natuurlijk of passend. Ze zouden anders kunnen zijn. Hoe? En waartoe?


Sterrenhemel, helaas, er valt niets aan je te ontdekken, dat van levensbetekenis zou kunnen zijn, behalve wanneer we ander bewustzijn zouden ontmoeten, hetgeen niet onmogelijk, maar wel onwaarschijnlijk is.





.

No comments:

Post a Comment