Monday, May 14, 2012

Week 20

.




Wat nodig is om een seculiere spiritualiteit tot een vitale en cultuurbrede optie te maken is reframing: spiritualiteit uit het (a)theïsme-debat halen, met een duiding van relevante ervaringen die op zichzelf staat, zonder referentie naar niet-seculiere Grote Verhalen.


Hoe geen aandacht te besteden aan een non-issue, als seculier. Waarom je nog druk maken over het al dan niet bestaan van een god, wanneer je uitgaat van een werkelijkheid die zichzelf genoeg is? Niemand maakt zich nog druk over de vraag of Zeus of Jupiter bestaat, waarom zouden we ons dan nog wel druk maken over andere bewoners van de hemelse Olympus: Jahweh, of hoe hij ook mag heten in concurrerende, dan wel verwante godsdiensten. Niet het vermeende bestaan van een bovennatuurlijke instantie zou de vraag moeten zijn, maar: wat is méér nodig dan seculier zijn? (En ‘seculier’ vat ik dan op als: georiënteerd op het leven dat we (ook) kennen met onze zintuigen en dat tijdelijk is.) Wanneer een gebrek of gemis kan worden aangetoond, praten we verder over de mogelijkheid van iets anders dan een leven dat de aarde trouw wil blijven.


De naïviteit van tal van levensbeschouwingen, inclusief het Boeddhisme: menen dat we als mens een beroep kunnen doen op hoe de werkelijkheid werkelijk is, een soort ongeconditioneerde waarheid. Als er iets is dat de moderne filosofie heeft geleerd, dan is het dat onze wereldervaring altijd theoriegeladen is; het is onmogelijk om iets te ervaren zonder het te duiden. (Ook menen dat je niet duidt is een duiding, - klinkt flauw, maar toch.) Alleen al het woorden geven aan een belevenis, aan iets dat we meemaken, aan iets dat we waarnemen of genieten, is een duiding. Wat wel mogelijk is: een duiding volkomen vanzelfsprekend achten, - en waarom ook niet? Het zegt simpelweg dat er dan sprake is van een ongedachte. We leven met een ongedachte in zoverre een aspect of een dimensie van ons duidingskader vanzelfsprekend blijft, oftewel: zich onttrekt aan onze aandacht, en onder de radar van bewustzijn blijft, - en nogmaals, waarom ook niet? Maar dat betekent nog niet dat er geen sprake van is. En met gevolgen, met name voor het elkaar verstaan en de mate van gastvrijheid die aan andersdenkenden wordt geboden.


Iets is altijd iets-voor-ons, en dit ‘voor-ons’ is niet eenduidig, maar kan anders zijn. Wat iets-op-zichzelf is, valt niet te zeggen, omdat het dan onmiddellijk iets-voor-ons wordt. Het beseffen van deze ambivalentie, tussen iets-op-zich en iets-voor-ons, is de geboortegrond van menselijke vrijheid.


Het behoort tot de mogelijkheid van het menselijk bewustzijn om het eigen functioneren (van het bewustzijn) bij zichzelf in rekening te brengen (als een systeem dat zichzelf doorheeft, van binnenuit), en af te zetten tegen niet-bewustzijn, ook al kunnen we niet voorbij die grens komen. (Zoals we ook weten dat er wezens zijn die geen menselijke taal bezigen, zoals planten, al weten we niet hoe het is om zonder zo’n taal te leven.)







.

No comments:

Post a Comment